Met nul punten uit twee wedstrijden kun je onmogelijk ontkennen dat we na de winterstop slecht zijn begonnen. Daarom zal ik zeker niet de al-Sahaf gaan uithangen in dit stukje – maar, en dat moet toch echt gezegd worden (maar écht, alsof je aan coprolalie lijdt – maar dan gewoon in beschaafde bewoordingen): die wedstrijden waren wel tegen de twee duidelijkste kampioenskandidaten. De derde pot na de winterstop was een uitgelezen mogelijkheid om het gevleugelde gezegde ‘driemaal is scheepsrecht’ weer eens het wedstrijdverslag in te schrijven (bij dezen). WV-HEDW was de tegenstander, of moet ik zeggen redelijk gewillig slachtoffer (zoals die chicks die eerst ‘nee’ zeggen maar na matig aandringen toch met je mee naar huis gaan – je kent ze wel). De blauwhemdjes uit Oost kwamen met tien man aankakken en kwamen naast een elfde man ook nog een grensrechter tekort, dus echt verbaasd konden ze niet zijn dat ze bij rust tegen een ‘jantje’ (3-0 achterstand) aankeken. Het gezeik was er desondanks niet minder om. De tering. Hoe kun je bitchen over buitenspel als je gaat stappen terwijl je geen grens langs de lijn hebt lopen? Dan vraag je toch om problemen? Dat is net als Winnie die in Bédier drie rondjes geeft, zelf nog twee Jägerbombers en een mortiertje at en dan vervolgens verbaasd is dat-ie een rekening van meer dan 40 euro heeft. Wat denk je zelf? Je gaat toch ook geen portie bitterballen halen bij de oefenfebo in de van Wou en dan klagen over buikpijn? “Kansloos ten onder” (© Rolf).
Over de eerste helft, en dan met name wat betreft het eerste doelpunt, nog even het volgende. Als student op het gebied van Nederlandse taalkunde heb ik het niet zo op woordenboekkennis of –definities om mijn gelijk te halen. Taal is net zo veranderlijk als Kelly (want voorheen Ferry), dus dat soort naslagwerken zijn slechts tot op zekere hoogte betrouwbaar. In dit geval echter moet ik toch echt even een semantische analyse op het woord ‘assist’ loslaten, dat volgens de online editie van de Van Dale het volgende betekent: “ voorzet of pass die tot een doelpunt leidt”. Ergo: als je een voorzet geeft die je spits weigert in te tikken, maar er toch nog een amicale linksback rondloopt die de bal alsnog het doel in werkt, dan is dat dus een assist. De voorzet leidde tenslotte tot het doelpunt. Plus één voor je boy, min één voor met name Erwin van Woudenbizzle, wiens a.k.a.’s overigens inmiddels tot het plafond reiken. Naast De Afmaker (3-0) toonde hij zich vandaag ook De Aangever (2-0), al lijkt die titel dit seizoen toch echt voorbestemd voor Olaf de Opperaangever, die met z’n twee assistjes (3-0, 4-1) hopelijk verder gaat in het grossieren van positieve titulaturen. Ook Bas, die andere helft van het dodelijke duo De Blowende Haters (beter bekend als De KankerPitjes uit de Jan Evertsen), onderscheidde zich in positieve zin door een lekkere tweede helft op de mat te leggen, al was-ie als grensrechter in de eerste helft misschien nóg beter (daarover verschilden de meningen unaniem).
Bobbie pikte trouwens ook nog twee doelpuntjes mee. Waar hij zijn eigen keeper bij de enige tegentreffer met een subtiel semi-hakje op het verkeerde been zette, deed hij dat even later gelukkig ook aan de goeie kant van het veld door WV’s doelman met R2 het bos in te sturen om het karweitje vervolgens met een onvervalste L1 + vierkantje (of B voor die 360 Type 2-bitches) af te maken. Gewoon lekker.
Marradinho vijzelde z’n doelpuntentotaal vlak voor tijd nog wat op door z’n zoveelste penalty weer heel saai in het hoekje binnen te schieten. Op een gegeven moment denk je dan gewoon ‘dat kan ook met links’, of desnoods effetjes achter je standbeen en anders gewoon met de hand voor de ogen. Beetje jammer. Shout-out naar Reintje trouwens die een goede invalbeurt bekroonde met het uitlokken van de penalty, en dat zonder lolly’s of regenjas. Ga d’r maar aanstaan.
Na de 6-3 nederlaag van vorige week was de 5-1 ook een goeie impuls voor ons doelsaldo, dat nu met +11 op de gastenlijst staat. Volgende week hoeven we niet uit though, we ballen gewoon weer lekker thuis en iedereen mag komen kijken – net als een home-video porno’tje. Tot zaterdag dus?
zaterdag 27 februari 2010
zaterdag 20 februari 2010
Pak krijgen
Ouderkerk 2 - AMVJ 4 (6-3) - za 20 februari 2010
Nadat de competitie twee weken geleden officieel weer was begonnen met een (verloren) wedstrijd tegen DVVA (2-0), waren we vorige week gewoon weer vrij. Zo bouw je meteen een lekker ritme op natuurlijk. Genieten. Not. Ook dit weekend leek het er weer verdacht veel op dat er niet gevoetbald zou worden. Heel verdacht. Ze hadden bij wijze van spreken al bivakmutsen op, die wedstrijdjes. Verscheidene districten waren er vrijdag al uitgegooid door de KNVB – maar West I kreeg geen kruisje op teletekstpagina 603. En ook zaterdagochtend niet. Dus waren er weer meerdere mensen (on)aangenaam verrast toen bleek dat we gewoon tegen Ouderkerk konden aantreden. Voortaan gewoon mij bellen Erwin, mijn weertechnisch inschattingsvermogen is deze jaargang vooralsnog impeccable. Ik denk serieus na over een studie meteorologie. Daarover later meer. Of niet. Maar goed. Er kon gewoon lekker gebald worden want sinds dit seizoen ligt er op het complex aan de Wethouder Koolhaasweg namelijk een kunstgrasveld, spiksplinternieuw en zo groen als een biljartlaken – maar dan zonder gaten in de hoeken van het veld.
Desondanks waren er genoeg gaten te bespeuren tijdens de wedstrijd, en dan met name in de verdediging van AMVJ (no homo). We waren koud tien minuten onderweg of het stond al 2-0 voor de thuisploeg. Geweldig begin, genieten. Een lekkere vrije trap in de rechterwinkelhaak van de voet van gelegenheidsaanvoerder Jan-Matthijs bracht de spanning wat terug, maar voor rust werd het door opnieuw fan-tas-tisch uitverdedigend werk van onze zijde alsnog 3-1. Kijk, als je die eerste tien minuten niet meetelt dan sta je bij rust natuurlijk eigenlijk gewoon 1-1. Hell, op die manier hebben we zelfs gewoon een 0-1 voorsprong weggegeven vlak voor rust. Sterker nog, als je de hele competitie zo bekijkt, dan draaien we eigenlijk gewoon keihard mee om het kampioenschap. Goeie dingen.
De tweede helft dan. Bij Ouderkerk kwam de Afrikaanse versie van Dennis Rommedahl binnen de lijnen; supersnel en nul (met de nadruk op NUL) overzicht. De man leek zo nu en dan voor gevaar te zorgen maar liep dan, geheel op z’n Dennis’, de bal gewoon lekker over de achterlijn. Gouden pik (no homo). De spits van Ouderkerk, een wat getintere kopie van Peter Crouch maar dan met gematigd Carlos Valderrama kapsel, bleef daarentegen ook de tweede vijfenveertig minuten onverminderd gevaarlijk. Nadat Jeff uit de rebound van een schot van Jan-Matthijs de 3-2 op het bord had binnengetikt, kwam de lange bonestaak één op één te staan met keepert (stam plus t) Tomme en na een perfecte imitatie van Suárez (ja, ik haat, sue me!) werd het via een penalty weer 4-2.
AMVJ bleef gewoon lekker ballen (no homo) en na een kleine tien minuten vond Jan-Matthijs met een listig steekballetje kersverse aanwinst Erwin van Woudenberg, a.k.a. Errie van Woudenbeezy – onthoud die naam – en de man deed z’n naam (die andere, Erradinho a.k.a. De Afmaker) gewoon lekker eer aan en prikte de 4-3 op het bord, routineus alsof-ie dagelijks de Spits uithangt, eh uitdeelt, op het perron van Amsterdam Zuid. Gewoon lekker.
Na de 4-3 was het wat mij betreft eigenlijk wel klaar met de tegengoals, maar goed met 21 andere gasten op het veld en een eigenwijze scheids met de wedstrijdvisie ‘ik zie het altijd beter dan de grens dus als er gevlagd wordt dan fluit ik niet en weet je wat, als er wel gevlagd wordt dan fluit ik lekker gewoon óók niet’ liep het helaas net even anders, een beetje zoals Lucille Werner dus.
Dus na een niet al te formidabele voorzet richting ons doel dacht Jeff ‘laat ik ook nog effe een assistje meepakken en de spits gewoon z’n vierde doelpunt van de middag schenken’ – en zo stond het tien minuten voor tijd weer 5-3. De 6-3 was er vervolgens een in het rijtje ‘formaliteiten’, de helft van het team stond met z’n gedachten alweer helicopterend onder de douche als je ’t mij vraagt. Is ook belangrijk natuurlijk, maar goed dat doelsaldo keldert nu natuurlijk weer lekker richting het ondergrondse.
Anywho, we moeten gewoon weer effe gaan trainen, dus AMVJ: ik bestel bij dezen één normaal kunstgrasveld. Kost vijf ton, maar hey – dan heb je ook wat. Niet miepen, lekker wiepen. Ik wil ook nog even een shout-out geven aan Bas en Olaf, a.k.a. De KankerPitjes (onthoud die naam), ze deden hun naam (die andere, De Blowende Haters) weer onverminderd eer aan en ik hoop zo dat we het ooit nog tot de Veteranen schoppen en dat jullie dan nog steeds de scheids onder de zoden schelden. En dan na de wedstrijd gewoon weer liggen op die bank, blowen. En haten. LOBI!
Nadat de competitie twee weken geleden officieel weer was begonnen met een (verloren) wedstrijd tegen DVVA (2-0), waren we vorige week gewoon weer vrij. Zo bouw je meteen een lekker ritme op natuurlijk. Genieten. Not. Ook dit weekend leek het er weer verdacht veel op dat er niet gevoetbald zou worden. Heel verdacht. Ze hadden bij wijze van spreken al bivakmutsen op, die wedstrijdjes. Verscheidene districten waren er vrijdag al uitgegooid door de KNVB – maar West I kreeg geen kruisje op teletekstpagina 603. En ook zaterdagochtend niet. Dus waren er weer meerdere mensen (on)aangenaam verrast toen bleek dat we gewoon tegen Ouderkerk konden aantreden. Voortaan gewoon mij bellen Erwin, mijn weertechnisch inschattingsvermogen is deze jaargang vooralsnog impeccable. Ik denk serieus na over een studie meteorologie. Daarover later meer. Of niet. Maar goed. Er kon gewoon lekker gebald worden want sinds dit seizoen ligt er op het complex aan de Wethouder Koolhaasweg namelijk een kunstgrasveld, spiksplinternieuw en zo groen als een biljartlaken – maar dan zonder gaten in de hoeken van het veld.
Desondanks waren er genoeg gaten te bespeuren tijdens de wedstrijd, en dan met name in de verdediging van AMVJ (no homo). We waren koud tien minuten onderweg of het stond al 2-0 voor de thuisploeg. Geweldig begin, genieten. Een lekkere vrije trap in de rechterwinkelhaak van de voet van gelegenheidsaanvoerder Jan-Matthijs bracht de spanning wat terug, maar voor rust werd het door opnieuw fan-tas-tisch uitverdedigend werk van onze zijde alsnog 3-1. Kijk, als je die eerste tien minuten niet meetelt dan sta je bij rust natuurlijk eigenlijk gewoon 1-1. Hell, op die manier hebben we zelfs gewoon een 0-1 voorsprong weggegeven vlak voor rust. Sterker nog, als je de hele competitie zo bekijkt, dan draaien we eigenlijk gewoon keihard mee om het kampioenschap. Goeie dingen.
De tweede helft dan. Bij Ouderkerk kwam de Afrikaanse versie van Dennis Rommedahl binnen de lijnen; supersnel en nul (met de nadruk op NUL) overzicht. De man leek zo nu en dan voor gevaar te zorgen maar liep dan, geheel op z’n Dennis’, de bal gewoon lekker over de achterlijn. Gouden pik (no homo). De spits van Ouderkerk, een wat getintere kopie van Peter Crouch maar dan met gematigd Carlos Valderrama kapsel, bleef daarentegen ook de tweede vijfenveertig minuten onverminderd gevaarlijk. Nadat Jeff uit de rebound van een schot van Jan-Matthijs de 3-2 op het bord had binnengetikt, kwam de lange bonestaak één op één te staan met keepert (stam plus t) Tomme en na een perfecte imitatie van Suárez (ja, ik haat, sue me!) werd het via een penalty weer 4-2.
AMVJ bleef gewoon lekker ballen (no homo) en na een kleine tien minuten vond Jan-Matthijs met een listig steekballetje kersverse aanwinst Erwin van Woudenberg, a.k.a. Errie van Woudenbeezy – onthoud die naam – en de man deed z’n naam (die andere, Erradinho a.k.a. De Afmaker) gewoon lekker eer aan en prikte de 4-3 op het bord, routineus alsof-ie dagelijks de Spits uithangt, eh uitdeelt, op het perron van Amsterdam Zuid. Gewoon lekker.
Na de 4-3 was het wat mij betreft eigenlijk wel klaar met de tegengoals, maar goed met 21 andere gasten op het veld en een eigenwijze scheids met de wedstrijdvisie ‘ik zie het altijd beter dan de grens dus als er gevlagd wordt dan fluit ik niet en weet je wat, als er wel gevlagd wordt dan fluit ik lekker gewoon óók niet’ liep het helaas net even anders, een beetje zoals Lucille Werner dus.
Dus na een niet al te formidabele voorzet richting ons doel dacht Jeff ‘laat ik ook nog effe een assistje meepakken en de spits gewoon z’n vierde doelpunt van de middag schenken’ – en zo stond het tien minuten voor tijd weer 5-3. De 6-3 was er vervolgens een in het rijtje ‘formaliteiten’, de helft van het team stond met z’n gedachten alweer helicopterend onder de douche als je ’t mij vraagt. Is ook belangrijk natuurlijk, maar goed dat doelsaldo keldert nu natuurlijk weer lekker richting het ondergrondse.
Anywho, we moeten gewoon weer effe gaan trainen, dus AMVJ: ik bestel bij dezen één normaal kunstgrasveld. Kost vijf ton, maar hey – dan heb je ook wat. Niet miepen, lekker wiepen. Ik wil ook nog even een shout-out geven aan Bas en Olaf, a.k.a. De KankerPitjes (onthoud die naam), ze deden hun naam (die andere, De Blowende Haters) weer onverminderd eer aan en ik hoop zo dat we het ooit nog tot de Veteranen schoppen en dat jullie dan nog steeds de scheids onder de zoden schelden. En dan na de wedstrijd gewoon weer liggen op die bank, blowen. En haten. LOBI!
vrijdag 12 februari 2010
Bacchanaaltje
Na een ongekende periode van winterse neerslag stonden de voetballers van AMVJ alweer zo’n twee maanden droog. Althans, wat voetballen betreft. De kannetjes gerstenat vloeiden sinds half december natuurlijk rijkelijk, en in straf tempo. Ook op de vrijdagavond voor de wedstrijd tegen DVVA. Want ja, met al die afgelastingen week in week uit zou het ook nu wel weer niet doorgaan. De homie Diggidy S to the P, oftewel Spoque, (of, zoals de boy zichzelf zou voorstellen bij een sollicitatiegesprek: David Winter) kreeg een afscheidsfeestje in ons dranklokaal, Bédier. Ongelofelijk dat een speler die AMVJ 4 in de steek laat voor een half jaartje semi-studie entrepreneurship (serieus, wat ze al niet verzinnen tegenwoordig..) daar ook nog voor wordt beloond met een feestje. Ik denk er het mijne van, maar goed. Dan kun je nog beter heel stilletjes naar Colombia vertrekken totdat mensen zich opeens afvragen: huh, is onze aanvoerder ‘m nou al gesmeerd? Nadat iedereen in Bédier al zo ongeveer aan z’n taks zat moest uiteraard ook de Sugar Factory nog met een bezoekje vereerd worden. Een enkeling besloot Bédiers bar nog omhoog te houden, om vervolgens met de taxi (de taxi..) naar huis te gaan.
De volgende ochtend waren er in kleedkamer 5 op sportpark Drieburg meer kegels te vinden dan op een gemiddeld avondje bowlen bij Knijn op het Scheldeplein. Het aroma kwam je tegemoet, zeg maar. Ergens had ik gewoon medelijden met onze coach. ’s Ochtends de trap aflopen en je centrale verdediger uitgeteld op de bank vinden. Op die bank een vochtkring dat je denkt ‘hij zal toch niet…’ (nee, het bleek uiteindelijk rode wijn te zijn). Je zoon met zonnebril en pet op voor de pit om acht uur ‘s ochtends. In Oost aankomen en concluderen dat de rest van het team er niet veel beter aan toe is. En dan moest er nog gevoetbald worden. Tja.
Ondanks alle festiviteiten was iedereen wel gewoon aanwezig, waarvoor hulde. Vijftien man eindelijk weer in vol ornaat op het niet eens zo heel slecht bespeelbare gras, na zo’n twee maanden niet gebald te kunnen hebben. Gewoon lekker.
De wedstrijd zelf was weinig spectaculair. Een beetje tegenvallend misschien wel. Een beetje zoals The Hangover (toepasselijk, niet?). Af en toe wat hard, maar wel fair – met dank aan de scheids. Een misverstand achterin, niet het eerste dit seizoen, betekende een zure 1-0 achterstand bij rust. Voor de volgende keer stel ik voor dat Alwin de bal gewoon wegramt, zoals Oleguer laatst bijna Stekelenburgs hoofd eraf maaide. Heb je in ieder geval geen goal tegen.
Vlak voor tijd nog de 2-0 tegen, in een helft waarin we wel wat meer ruimte kregen maar nog steeds nauwelijks gevaarlijk werden. Ik zeg het niet vaak, laat staan graag, maar het was een terechte nederlaag. Minder balbezit, minder kansen gecreëerd. Wel minder overtredingen gemaakt. Check de stats, ouwe.
De volgende ochtend waren er in kleedkamer 5 op sportpark Drieburg meer kegels te vinden dan op een gemiddeld avondje bowlen bij Knijn op het Scheldeplein. Het aroma kwam je tegemoet, zeg maar. Ergens had ik gewoon medelijden met onze coach. ’s Ochtends de trap aflopen en je centrale verdediger uitgeteld op de bank vinden. Op die bank een vochtkring dat je denkt ‘hij zal toch niet…’ (nee, het bleek uiteindelijk rode wijn te zijn). Je zoon met zonnebril en pet op voor de pit om acht uur ‘s ochtends. In Oost aankomen en concluderen dat de rest van het team er niet veel beter aan toe is. En dan moest er nog gevoetbald worden. Tja.
Ondanks alle festiviteiten was iedereen wel gewoon aanwezig, waarvoor hulde. Vijftien man eindelijk weer in vol ornaat op het niet eens zo heel slecht bespeelbare gras, na zo’n twee maanden niet gebald te kunnen hebben. Gewoon lekker.
De wedstrijd zelf was weinig spectaculair. Een beetje tegenvallend misschien wel. Een beetje zoals The Hangover (toepasselijk, niet?). Af en toe wat hard, maar wel fair – met dank aan de scheids. Een misverstand achterin, niet het eerste dit seizoen, betekende een zure 1-0 achterstand bij rust. Voor de volgende keer stel ik voor dat Alwin de bal gewoon wegramt, zoals Oleguer laatst bijna Stekelenburgs hoofd eraf maaide. Heb je in ieder geval geen goal tegen.
Vlak voor tijd nog de 2-0 tegen, in een helft waarin we wel wat meer ruimte kregen maar nog steeds nauwelijks gevaarlijk werden. Ik zeg het niet vaak, laat staan graag, maar het was een terechte nederlaag. Minder balbezit, minder kansen gecreëerd. Wel minder overtredingen gemaakt. Check de stats, ouwe.
woensdag 10 februari 2010
Un petit jean
“Jantje!”. De Rotterdamse rapper U-Niq zit rustig op de bank, controller losjes in de hand, en laat zijn hoongelach triomfantelijk neerdalen over zijn stadgenoot Royston Drenthe, die alleen maar zuur voor zich uit kan kijken. Het is een scène uit de documentaire ‘Team Rotterdam’, te zien op het YouTube-kanaal van Top Notch (het platenlabel van U-Niq), waarin pijnlijk duidelijk wordt dat keihard verliezen met een spelletje voetbal op de computer misschien nog wel moeilijker te verkroppen is dan uitgefloten worden in een vol Bernabeú. Een jantje krijgen doet immers altijd pijn – ook al woon je in nog z’n grote Spaanse villa met indoorzwembad en aangrenzend privé-voetbalveldje.
Nu hoor ik het overgrote deel van de lezers denken: wat is in godsnaam een jantje? Een jantje behoort tot het vocabulaire van de fanatieke beoefenaars van het immens populaire voetbalcomputerspel Pro Evolution Soccer, door insiders kortweg ‘PES’ of ‘pro’ genoemd, dat inmiddels zoveel fans aan zich heeft gebonden dat het waarschijnlijk met gemak kan hangen met het ledenbestand van de KNVB. De echte pro’s onder de PES’ers delen waarschijnlijk geregeld een jantje uit: de tegenstander op een onoverbrugbare 3-0 achterstand zetten, waarna er niets anders op zit dan de wedstrijd te staken en een nieuw potje te beginnen. Pijnlijk. Zonder meer.
Jantjes leiden zonder meer tot scheldkanonnades en gesmijt met controllers, maar bovenal: slappe excuses. “Wat de fok doet die keeper? Hoezo komt-ie opeens uit?”, “Hoezo reageren m’n mannetjes niet, ouwe?”, “Ey volgens mij staan m’n knopjes verkeerd ofzo man..”. In het eerste geval heeft diegene dan gewoon stiekem toch op driehoekje of Y geramd, waardoor de keeper gewoon als een wilde z’n doel uitkwam en dus net zo snel uitgespeeld werd als de single player van Call Of Duty: Modern Warfare 2 (serieus, bijna vijftig euro vragen voor een spel en dan zo weinig levels?!). Dat mannetjes soms niet reageren kan bijna niet, of je moet een met bier overgoten en dus zwaar plakkerige controller te pakken hebben (sommige mensen zijn nou eenmaal te lui om die dingen schoon te maken, of nieuwe te kopen.. ja ik heb het tegen jou Frank). En ja, die knopjes kunnen soms verkeerd staan.. maar drie goals lang?! Come on, get a grip. Na één keer een bal voor te hebben gegeven in plaats van die bal met Mach 3000 in de kruising te hebben geslingerd, weet je het wel..
Wat ik me nou echter al tijden afvraag: waar komt de term jantje vandaan? Wie heeft dat bedacht? Een eerste logische gedachte is dat er ooit een begenadigd en begaafd PES’er met de naam Jan de digitale lakens uitdeelde op het virtuele voetbalveld. Wellicht was deze Jan wat klein van stuk dat ze het een jantje zijn gaan noemen? Of misschien was Jan nog wat jong en dekte ‘een jantje’ de lading beter? Een combinatie van beide? Ik heb geen idee, maar ik blijf m’n naam ondertussen maar gewoon eer aan doen. En nee, it wasn’t me.
De Team Rotterdam documentaire op YouTube:
(deel 1)
(deel 2)
(deel 3)
Nu hoor ik het overgrote deel van de lezers denken: wat is in godsnaam een jantje? Een jantje behoort tot het vocabulaire van de fanatieke beoefenaars van het immens populaire voetbalcomputerspel Pro Evolution Soccer, door insiders kortweg ‘PES’ of ‘pro’ genoemd, dat inmiddels zoveel fans aan zich heeft gebonden dat het waarschijnlijk met gemak kan hangen met het ledenbestand van de KNVB. De echte pro’s onder de PES’ers delen waarschijnlijk geregeld een jantje uit: de tegenstander op een onoverbrugbare 3-0 achterstand zetten, waarna er niets anders op zit dan de wedstrijd te staken en een nieuw potje te beginnen. Pijnlijk. Zonder meer.
Jantjes leiden zonder meer tot scheldkanonnades en gesmijt met controllers, maar bovenal: slappe excuses. “Wat de fok doet die keeper? Hoezo komt-ie opeens uit?”, “Hoezo reageren m’n mannetjes niet, ouwe?”, “Ey volgens mij staan m’n knopjes verkeerd ofzo man..”. In het eerste geval heeft diegene dan gewoon stiekem toch op driehoekje of Y geramd, waardoor de keeper gewoon als een wilde z’n doel uitkwam en dus net zo snel uitgespeeld werd als de single player van Call Of Duty: Modern Warfare 2 (serieus, bijna vijftig euro vragen voor een spel en dan zo weinig levels?!). Dat mannetjes soms niet reageren kan bijna niet, of je moet een met bier overgoten en dus zwaar plakkerige controller te pakken hebben (sommige mensen zijn nou eenmaal te lui om die dingen schoon te maken, of nieuwe te kopen.. ja ik heb het tegen jou Frank). En ja, die knopjes kunnen soms verkeerd staan.. maar drie goals lang?! Come on, get a grip. Na één keer een bal voor te hebben gegeven in plaats van die bal met Mach 3000 in de kruising te hebben geslingerd, weet je het wel..
Wat ik me nou echter al tijden afvraag: waar komt de term jantje vandaan? Wie heeft dat bedacht? Een eerste logische gedachte is dat er ooit een begenadigd en begaafd PES’er met de naam Jan de digitale lakens uitdeelde op het virtuele voetbalveld. Wellicht was deze Jan wat klein van stuk dat ze het een jantje zijn gaan noemen? Of misschien was Jan nog wat jong en dekte ‘een jantje’ de lading beter? Een combinatie van beide? Ik heb geen idee, maar ik blijf m’n naam ondertussen maar gewoon eer aan doen. En nee, it wasn’t me.
De Team Rotterdam documentaire op YouTube:
(deel 1)
(deel 2)
(deel 3)
Hopeloos verliefd
De tranen stonden me in de ogen. ‘Ik kan wel janken’, dacht ik, en even later was dat moment dan inderdaad gekomen. Liters vocht stroomden over m’n wagen, alsof de Amstel buiten haar oevers was getreden. Hoe was het in godsnaam allemaal begonnen? Ik keek je aan en werd spontaan opnieuw verliefd op je. Ik kon m’n ogen niet van je af houden en besloot je niet meer uit het gezicht te verliezen. Je bewoog soepel van links naar rechts, in je prachtige zwart-wit geblokte outfitje. Wauw. Dit was er echt één om een moord voor te doen. Zo dachten er blijkbaar meer over, want de mannen buitelden over elkaar heen in hun verwoede pogingen zich voor je te winnen. Slechts een enkeling wist je aandacht langer dan dertig seconden vast te houden. En toen kwam je mij tegen. Even had ik het idee dat je op me afrende, zo snel kwam je naar me toe. Ik raakte je zachtjes aan, streelde je met veel gevoel. Het voelde vertrouwd, alsof we elkaar al jaren kenden. Ik nam je mee naar een plekje waar we even wat rust hadden. Ik voelde de blikken van al die gasten in m’n rug prikken. Schaamteloos keken ze naar je prachtig rond gevormde figuur. Een enkeling schreeuwde dat-ie je nog wel zou veroveren. Ik versnelde mijn pas en dreef je weg van de menigte. Maar je was sneller dan ik. Ik kon je niet meer bijhouden. Ik moest je los laten. Dus dat deed ik. Ik liet je los, keek je na en glimlachte toen ik zag wat een geweldige curves je toch had. Toen vloog je keihard met je hoofd tegen de paal vijfentwintig meter verderop. Precies zoals ik het bedoeld had. De tranen stroomden me over de wangen. Voor een moment was ik in de zevende hemel. In een flits was ik weer bij zinnen. Ik droogde m’n ogen met m’n shirt en liep terug naar de middellijn. Godverdomme, wat hadden wij een wereldgoal gemaakt.
Abonneren op:
Posts (Atom)