Zuidvogels 5 – AMVJ 4 (1-2), zaterdag 6 november 2010
Een week na het gelijkspel tegen koploper AFC (1-1) stonden de op papier mindere Zuidvogels uit Huizen op het programma. Een tegenstander die vorig seizoen nog kampioen werd in de vierde klasse, maar inmiddels weet dat een treetje hoger ook op dit niveau nog wel degelijk verschil kan maken. Ondanks hun positie in het rechterrijtje waren we gewaarschuwd, want de statistieken leerden ons dat deze jonge ploeg weliswaar al zes keer verloren had, maar dat dat vier keer met slechts één doelpuntje verschil gebeurde (4x 3-2).
De puntendeling van de week tevoren met het immer lastige AFC had z’n nodige sporen achtergelaten zodat er een paar konijnen uit de hoge hoed getoverd moesten worden voor een complete basiself. Marlon trok wat fanatieke trainingsluitjes mee uit z’n sportschooltje in Zuid om dat op te lossen en de geblesseerden Jeff, Jan-Matthijs en Ollie completeerden samen met Reinier sr. voor deze gelegenheid de technische staf.
Met zoveel kennis en ervaring langs de lijn kon het natuurlijk al bijna niet meer misgaan, al zag het daar na een halfuurtje niet meteen naar uit. Er werd redelijk aardig gebald, een beetje ‘ingeneukt’ zou je kunnen zeggen (no homo), maar uitgespeelde kansen bleven uit. Aan de andere kant gebeurde er vrij weinig totdat Olaf, die sowieso op oorlogspad was deze middag, besloot een vrije trap op de rand zestien weg te geven. Keeper Michel hielp nog een handje door net een stapje opzij te doen toen de bal laag om de muur heen werd geschoten en zie daar: 1-0 achter.
Nog voor de rust kwam AMVJ echter alweer op gelijke hoogte. En terecht. Het veldoverwicht zorgde voor wat druk op de goal waardoor Zuidvogels enkele vrije trappen rond de zestien weg moest geven. Olaf besloot er ééntje bij de tweede paal klaar te leggen voor Marlon, die gelukkig z’n bonnetje niet was kwijtgeraakt en dus gemakkelijk de gelijkmaker kon afhalen. Nummertje 5 voor nummertje 5, toch geen slecht gemiddelde voor een centrale verdediger slash middenvelder.
Na de rust kwam de ietwat gedrongen maar daarom niet met minder swagger opererende Jair voor Ben binnen de lijnen om het creatieve gehalte wat omhoog te krikken en de kilo’s in ieder geval ook op niveau te houden. Dat lukte aardig, de frivole steekballetjes en soms virtuoze balbehandeling compenseerden het gebrek aan loopvermogen aardig. Na een effectief overstapje van de beste man kon Olaf alleen op doel af, maar besloot hij dat hij liever Koning Assist dan topscorer wordt dit seizoen en dus legde hij de bal af op David, die de bal netjes binnen schoof: 1-2.
Daarna bleken Olaf en Erwin ergens in de rustieke omgeving rondom het veld van de Zuidvogels twee strijdbijltjes gevonden te hebben, want na die goal volgden er bij vlagen overtredingen die niet misstaan hadden in de gemiddelde Steven Seagal-film. Daar moet bij gezegd worden dat ook de tegenstander zich niet onbetuigd liet, maar goed – gevoetbald werd er in ieder geval weinig voor zo’n vijftien à twintig minuten.
In het laatste gedeelte van de wedstrijd leek Zuidvogels een klein veldoverwicht te hebben, maar de beste kansen waren eigenlijk nog voor AMVJ. Winsten besloot de TGV naar de spitspositie te nemen, kwam daar uiteindelijk ook aan maar wist de door Jair panklaar gelegde bal niet te verzilveren tot 1-3. Het had de kroon kunnen en misschien wel moeten zijn op een verder perfecte wedstrijd van Winsten, de centrale verdediger die na jaren eindelijk weer op de foto durfde voor een spelerspasje. Kom op ouwe, je lijkt dan wel op Tony/Sterretje van Oh Oh Cherso, maar verder valt het allemaal wel mee hoor.
Dat die misser uiteindelijk niet fataal bleek, was mede te danken aan keeper Michel die vlak voor tijd een venijnig afstandsschot in twee instanties onschadelijk wist te maken. Vooral het stoppen van de rebound werd langs de lijn met een eensgezinde zucht van verlichting ontvangen. Noemenswaardig was verder nog de derde rentree van Maarten (na evenzoveel ernstige knieblessures), die nog net het staartje van het aanslagenkwartiertje wist mee te pakken en dus meteen weer naar de Intersport kan voor nieuwe sokken.
Met twee assistjes en een zelden vertoonde werklust werd Olaf terecht verkozen tot Man of the Match en wist Bob-Jan zonder aanwezig te zijn zelfs nog de titel Dick of the Day voor zich op te eisen. Een prachtprestatie natuurlijk, die maar weer eens aantoont dat je ook op een regenachtige zaterdagmiddag beter je team kan komen aanmoedigen langs de lijn dan met je chick naar de IKEA te gaan. Hoezo, onder de plak?
maandag 8 november 2010
woensdag 6 oktober 2010
Weesper mop
FC Weesp 2 – AMVJ 4 (3-6), zaterdag 2 oktober 2010
Met acht punten uit vier wedstrijden en de uitwedstrijd van vorig jaar nog vers in het geheugen (een prima 2-4 overwinning, drie punten en een ongelukkige dubbele polsbreuk rijker) traden we vol goede moed aan voor de vijfde pot van het seizoen; de kans dat er nog een dubbele polsbreuk aan de uitgeschiedenis tegen Weesp zou worden toegevoegd achtten we dermate klein dat gezien de historie enkel een positief resultaat de uitkomst zou kunnen zijn.
Daar leek het wegennet van de Randstad in eerste instantie een stokje voor te willen steken: alle drie de auto’s belden elkaar onderweg met het advies ‘vooral niet in de middelste baan gaan zitten’, daaraan toevoegend ‘ook zeker de afslag naar rechts niet missen!’, helaas nadat iedereen al in de middelste baan zat en de afslag reeds gemist had. Zo kwamen we nauwelijks een kwartiertje voor aanvang pas aan, liet de kleedkamersleutel ook nog even op zich wachten en ondertussen was de tegenstander de warming-up rustig aan het afronden.
Die gespannen en enigszins gestreste voorbereiding zorgde er echter wel voor dat iedereen strak stond van de adrenaline en als één brok scherpte aan de wedstrijd begon. Nog voor een derde van het team de bal had aangeraakt, lag de bal al in het juiste netje: Erwin sneed vanaf de rechterzijlijn op snelheid als een mes door de boter naar binnen, behield het overzicht en bediende Reintje op maat, die deze bal zelfs met z’n ogen dicht nog niet had kunnen missen (0-1). Vervolgens raakte een derde van het team misschien twee of drie ballen voordat het alweer raak was: Marlon gooide er vanuit een vrije trap een stekertje uit op Erwin, die weer handig gebruik maakte van z’n snelheid en simpel de 0-2 aantekende. Kort na die treffer zakten we wat weg, maar behielden we toch continu het overwicht en hadden we ook legio kansen: paal, lat en de doelman stonden een grotere voorsprong in de weg. Op de één of andere manier stond het bij rust toch 2-2. Iedereen heeft nog steeds last van uitslag achter de oren, want het was echt krabben om te begrijpen hoe dat kon gebeuren.
Het begin van de tweede helft nam echter alle zorgen weg. Een verre trap van keeper Michel zeilde lekker mee op het herfstwindje en belandde met een stuitertje bij Jan-Matthijs, die de uitgekomen keeper op een lekker lobje trakteerde: 2-3. Weesp was echt helemaal nergens meer en werd van het kastje naar de muur gestuurd. Olaf werd na de zoveelste diepe bal over de zijkant zoveel tijd gegund dat zelfs hij niets anders kon doen dan zelf gaan en de 2-4 binnenschieten.
Marlon kwam vervolgens nog met z’n beste Mounir El Hamdaoui-imitatie door Jan-Matthijs met buitenkantje rechts diep te sturen, die vervolgens overduidelijk werd neergelegd. De penalty werd gegund aan de man die ‘m enkele weken geleden jammerlijk naastschoof, deze keer deed aanvoerder Linnemann het beduidend beter: 2-5. Vanaf de aftrap kreeg Erwin vervolgens om onduidelijke redenen nog een dieptepass van één van de tegenstanders, waarna hij Reintje wederom de gelegenheid bood om één van de meest makkelijk te maken goals ooit bij te schrijven: 2-6. Weesp maakte nog een mooie eretreffer, maar dat was het wel.
Een heerlijk zaterdagmiddagje dus op het verder vrij troosteloze sportcomplex van FC Weesp, waar ik overigens altijd graag terugkom om de score nog verder op te vijzelen. Vorig jaar 2-4, dit jaar 3-6, volgend jaar 4-8? Of doe maar 0-4, dat staat wat mooier.
Met acht punten uit vier wedstrijden en de uitwedstrijd van vorig jaar nog vers in het geheugen (een prima 2-4 overwinning, drie punten en een ongelukkige dubbele polsbreuk rijker) traden we vol goede moed aan voor de vijfde pot van het seizoen; de kans dat er nog een dubbele polsbreuk aan de uitgeschiedenis tegen Weesp zou worden toegevoegd achtten we dermate klein dat gezien de historie enkel een positief resultaat de uitkomst zou kunnen zijn.
Daar leek het wegennet van de Randstad in eerste instantie een stokje voor te willen steken: alle drie de auto’s belden elkaar onderweg met het advies ‘vooral niet in de middelste baan gaan zitten’, daaraan toevoegend ‘ook zeker de afslag naar rechts niet missen!’, helaas nadat iedereen al in de middelste baan zat en de afslag reeds gemist had. Zo kwamen we nauwelijks een kwartiertje voor aanvang pas aan, liet de kleedkamersleutel ook nog even op zich wachten en ondertussen was de tegenstander de warming-up rustig aan het afronden.
Die gespannen en enigszins gestreste voorbereiding zorgde er echter wel voor dat iedereen strak stond van de adrenaline en als één brok scherpte aan de wedstrijd begon. Nog voor een derde van het team de bal had aangeraakt, lag de bal al in het juiste netje: Erwin sneed vanaf de rechterzijlijn op snelheid als een mes door de boter naar binnen, behield het overzicht en bediende Reintje op maat, die deze bal zelfs met z’n ogen dicht nog niet had kunnen missen (0-1). Vervolgens raakte een derde van het team misschien twee of drie ballen voordat het alweer raak was: Marlon gooide er vanuit een vrije trap een stekertje uit op Erwin, die weer handig gebruik maakte van z’n snelheid en simpel de 0-2 aantekende. Kort na die treffer zakten we wat weg, maar behielden we toch continu het overwicht en hadden we ook legio kansen: paal, lat en de doelman stonden een grotere voorsprong in de weg. Op de één of andere manier stond het bij rust toch 2-2. Iedereen heeft nog steeds last van uitslag achter de oren, want het was echt krabben om te begrijpen hoe dat kon gebeuren.
Het begin van de tweede helft nam echter alle zorgen weg. Een verre trap van keeper Michel zeilde lekker mee op het herfstwindje en belandde met een stuitertje bij Jan-Matthijs, die de uitgekomen keeper op een lekker lobje trakteerde: 2-3. Weesp was echt helemaal nergens meer en werd van het kastje naar de muur gestuurd. Olaf werd na de zoveelste diepe bal over de zijkant zoveel tijd gegund dat zelfs hij niets anders kon doen dan zelf gaan en de 2-4 binnenschieten.
Marlon kwam vervolgens nog met z’n beste Mounir El Hamdaoui-imitatie door Jan-Matthijs met buitenkantje rechts diep te sturen, die vervolgens overduidelijk werd neergelegd. De penalty werd gegund aan de man die ‘m enkele weken geleden jammerlijk naastschoof, deze keer deed aanvoerder Linnemann het beduidend beter: 2-5. Vanaf de aftrap kreeg Erwin vervolgens om onduidelijke redenen nog een dieptepass van één van de tegenstanders, waarna hij Reintje wederom de gelegenheid bood om één van de meest makkelijk te maken goals ooit bij te schrijven: 2-6. Weesp maakte nog een mooie eretreffer, maar dat was het wel.
Een heerlijk zaterdagmiddagje dus op het verder vrij troosteloze sportcomplex van FC Weesp, waar ik overigens altijd graag terugkom om de score nog verder op te vijzelen. Vorig jaar 2-4, dit jaar 3-6, volgend jaar 4-8? Of doe maar 0-4, dat staat wat mooier.
donderdag 30 september 2010
Slecht gaan
AMVJ 4 – Swift 5 (1-1), zaterdag 25 september 2010
Met de smaak van de overheerlijke 0-2 uitoverwinning op onze buurtjes (RAP) nog op de tong traden we zaterdagmiddag aan voor de tweede thuiswedstrijd van het seizoen. Waar de eerste met 2-2 gelijk werd gespeeld tegen het Mijdrechtse debatclubje Argon, moest deze tweede pot gewonnen worden van de vertegenwoordigers van het Amsterdam-Zuidse Olympiaplein: Swift. Een club die ons doorgaans wel ligt en waar over het algemeen geen onaardige voetballers rondlopen.
Zo kwam ik bij de aftrap opeens een oud-studiegenootje uit Utrecht van me tegen waar ik in de zaal nog menig mooi potje winnend mee heb afgesloten. Een gewaarschuwd mens telt voor twee, met spelers van dit kaliber bij de tegenstander zou het weleens een lastige zaterdag kunnen worden, dacht ik bij mezelf. Een pot waarin net dat ene kansje het verschil kan maken.
Dat ene kansje leek zich in eerste instantie na niet al te lange tijd al aan te dienen. Een lekker stekertje van ondergetekende zette de immer driftige en watervlugge Bassie vrij voor het van een aardige postuur voorziene en goed geposteerde keepertje, die met een goeie redding de onvermijdelijke openingstreffer van AMVJ-zijde voorlopig wist te voorkomen. Diezelfde Bas presteerde het om na een lekker één-tweetje, wederom met ondergetekende, ook nog op de lat te schieten. Alle “drie-keer-is-scheepsrecht” tekstjes werden vervolgens tevoorschijn gehaald en op het notitieblok gekalkt, de 1-0 moest nu toch zeker vallen als Suárez in de zestienmeter.
De notities waren niet voor niets. Ben besloot het hoogste aantal rondgespeelde ballen in de gehele wedstrijd teniet te doen door de bal uiteindelijk toch maar naar voren te rammen. De diep lopende Reintje leek gestuit te worden door twee verdedigers, maar op de één of andere manier caramboleerde de bal op een wijze waar zelfs Dick Jaspers nog een puntje aan kan zuigen zo voor z’n linkerpantoffeltje, en de uitgeslapen nieuwbakken nummer negen – maar spelend met nummertje vier – schatte het op een presenteerblaadje aangeboden buitenkansje op waarde en tekende zonder aarzelen met een lekkere knal de in ieders boekje al aangekondigde 1-0 aan.
Met deze stand werd ook de rust gehaald, en dan met name met de nadruk op ‘gehaald’. Aan het einde van de eerste helft leek het beste er namelijk al een beetje vanaf, een vermoeden dat in de tweede helft helaas bevestigd werd. De slag op het middenveld werd verloren en Swift schoof met steeds meer mensen door naar voren, waardoor de druk op de verdediging zodanig toenam dat een tegentreffer ondanks alle goede bedoelingen en pogingen tot afstoppen toch in de lucht bleef hangen – een beetje als een met tegenzin uit het vliegtuig geduwde parachutespringer dus.
Een mooi uitgevoerde Schwalbe, die ongetwijfeld voor kilometers lang applaus van Luis Suárez zorgt mocht de man deze uitvoering ooit nog op DVD terugzien, leek de gelijkmaker al te betekenen, maar de scheids besloot de bal – al dan niet terecht – niet op de stip te leggen. Een slippertje van Ben zorgde ervoor dat Swift niet veel later toch op 1-1 kwam. Een verdiende gelijkmaker, gezien het werkelijk abominabele spel van AMVJ in de tweede helft. Ook daarna bleef Swift de betere ploeg, op zoek naar dat ene kansje om de overwinning stiekem mee te nemen richting Amsterdam-Zuid. Op basis van de goede eerste helft van AMVJ was dat echter te veel van het goede geweest, de 1-1 eindstand was daarom een prima afspiegeling van de wedstrijd.
Volgende week is Weesp aan de beurt, een club die ons meer dan bekend is. Niet alleen omdat we vorig jaar al bij ze in de competitie zaten, maar ook omdat ik er vorig jaar mijn pols brak – in een wedstrijd die we overigens wel met 2-4 wonnen. Op voorhand teken ik daar alvast voor. Die uitslag dan, die breuk laat ik liever achterwege.
Met de smaak van de overheerlijke 0-2 uitoverwinning op onze buurtjes (RAP) nog op de tong traden we zaterdagmiddag aan voor de tweede thuiswedstrijd van het seizoen. Waar de eerste met 2-2 gelijk werd gespeeld tegen het Mijdrechtse debatclubje Argon, moest deze tweede pot gewonnen worden van de vertegenwoordigers van het Amsterdam-Zuidse Olympiaplein: Swift. Een club die ons doorgaans wel ligt en waar over het algemeen geen onaardige voetballers rondlopen.
Zo kwam ik bij de aftrap opeens een oud-studiegenootje uit Utrecht van me tegen waar ik in de zaal nog menig mooi potje winnend mee heb afgesloten. Een gewaarschuwd mens telt voor twee, met spelers van dit kaliber bij de tegenstander zou het weleens een lastige zaterdag kunnen worden, dacht ik bij mezelf. Een pot waarin net dat ene kansje het verschil kan maken.
Dat ene kansje leek zich in eerste instantie na niet al te lange tijd al aan te dienen. Een lekker stekertje van ondergetekende zette de immer driftige en watervlugge Bassie vrij voor het van een aardige postuur voorziene en goed geposteerde keepertje, die met een goeie redding de onvermijdelijke openingstreffer van AMVJ-zijde voorlopig wist te voorkomen. Diezelfde Bas presteerde het om na een lekker één-tweetje, wederom met ondergetekende, ook nog op de lat te schieten. Alle “drie-keer-is-scheepsrecht” tekstjes werden vervolgens tevoorschijn gehaald en op het notitieblok gekalkt, de 1-0 moest nu toch zeker vallen als Suárez in de zestienmeter.
De notities waren niet voor niets. Ben besloot het hoogste aantal rondgespeelde ballen in de gehele wedstrijd teniet te doen door de bal uiteindelijk toch maar naar voren te rammen. De diep lopende Reintje leek gestuit te worden door twee verdedigers, maar op de één of andere manier caramboleerde de bal op een wijze waar zelfs Dick Jaspers nog een puntje aan kan zuigen zo voor z’n linkerpantoffeltje, en de uitgeslapen nieuwbakken nummer negen – maar spelend met nummertje vier – schatte het op een presenteerblaadje aangeboden buitenkansje op waarde en tekende zonder aarzelen met een lekkere knal de in ieders boekje al aangekondigde 1-0 aan.
Met deze stand werd ook de rust gehaald, en dan met name met de nadruk op ‘gehaald’. Aan het einde van de eerste helft leek het beste er namelijk al een beetje vanaf, een vermoeden dat in de tweede helft helaas bevestigd werd. De slag op het middenveld werd verloren en Swift schoof met steeds meer mensen door naar voren, waardoor de druk op de verdediging zodanig toenam dat een tegentreffer ondanks alle goede bedoelingen en pogingen tot afstoppen toch in de lucht bleef hangen – een beetje als een met tegenzin uit het vliegtuig geduwde parachutespringer dus.
Een mooi uitgevoerde Schwalbe, die ongetwijfeld voor kilometers lang applaus van Luis Suárez zorgt mocht de man deze uitvoering ooit nog op DVD terugzien, leek de gelijkmaker al te betekenen, maar de scheids besloot de bal – al dan niet terecht – niet op de stip te leggen. Een slippertje van Ben zorgde ervoor dat Swift niet veel later toch op 1-1 kwam. Een verdiende gelijkmaker, gezien het werkelijk abominabele spel van AMVJ in de tweede helft. Ook daarna bleef Swift de betere ploeg, op zoek naar dat ene kansje om de overwinning stiekem mee te nemen richting Amsterdam-Zuid. Op basis van de goede eerste helft van AMVJ was dat echter te veel van het goede geweest, de 1-1 eindstand was daarom een prima afspiegeling van de wedstrijd.
Volgende week is Weesp aan de beurt, een club die ons meer dan bekend is. Niet alleen omdat we vorig jaar al bij ze in de competitie zaten, maar ook omdat ik er vorig jaar mijn pols brak – in een wedstrijd die we overigens wel met 2-4 wonnen. Op voorhand teken ik daar alvast voor. Die uitslag dan, die breuk laat ik liever achterwege.
zondag 19 september 2010
Lekker gaan
RAP 2 – AMVJ 4 (0-2), zaterdag 18 september 2010
Ruim twee jaar geleden speelden we voor het laatst tegen onze buren, in een wedstrijd die vooral memorabel was vanwege het opstootje dat leidde tot vier wedstrijden schorsing voor onze coach. Niet omdat hij in dat opstootje een kopstootje uitdeelde, maar omdat hij weer eens heftig gebarend het veld in moest lopen en, scherp van tong als altijd, zowel de scheidsrechter als enkele RAP-spelers op hun nummer moest zetten. Sindsdien is er eigenlijk weinig veranderd. We hebben alleen ‘de Joker’ in moeten voeren: één wedstrijd per jaar mag Senior het veld in stormen, de overige 21 wedstrijden verwachten wij dat hij netjes buiten de lijnen blijft.
Inmiddels zijn we, inclusief deze uitwedstrijd tegen RAP, drie wedstrijden ver in het seizoen en ‘de Joker’ zit nog steeds stevig in de borstzak. Waarvoor hulde. De hernieuwde kennismaking met RAP sinds ‘het incident’ zorgde vooraf nog wel voor wat spanning, maar in de wedstrijd was daar weinig van te merken. De eerste tien minuten zorgden voor minder actie en vrolijke gezichten dan een film met Jennifer Aniston: op zich zag het er allemaal wel goed uit, maar er gebeurde gewoon niks. Marlon presteerde het wel om de snelste wissel van het seizoen op het wedstrijdformulier te krijgen; na nauwelijks vijf minuten moest de man met een gehavende hamstring weer op de bank plaatsnemen. Het kan ook zijn dat de druk van het aanvoerderschap ‘m toch weer te groot werd: stel je voor dat er toch weer een penalty gegeven zou worden, en dat-ie ‘m dan weer zou missen? Nee, dan kun je maar beter gewoon aan de kant gaan zitten. Het zekere voor het onzekere. Zo mocht Winsten, de man die het anno 2010 presteert nog steeds zonder internet te leven en daarbij na vijf seizoenen bij AMVJ nog steeds geen spelerspas heeft geregeld, dan toch plaatsnemen in het centrum van de defensie. Dat centrum zat daarna redelijk goed op slot, wat overigens ook gold voor de verdediging aan de andere kant van het veld. Weinig kansen over en weer, een spaarzame actie hier en daar, maar geen echt goed uitgespeelde aanvallen. De grensrechter had daarnaast waarschijnlijk een passe-partout aangeschaft voor Ajax’ Champions League-wedstrijden, want hij zwaaide een paar keer zo fanatiek met z’n vlaggetje dat ik ‘m zo op de tribunes in de Arena zag zitten, lekker meeneuriënd met Andre Rieu.
Aan het begin van de tweede helft had RAP wat moeite onze positiewisselingen op te vangen en net als de FBI in hun jacht naar Osama bin Laden liepen onze buurtjes achter de feiten aan en wisten ze even niet meer waar ze het zoeken moesten. De voor Ben ingevallen Erwin terroriseerde de RAP-verdediging met z’n gebeuk en geram, wat ‘m later in de wedstrijd nog een (eervolle) vermelding voor ‘de Elleboog van de Week’ opleverde. Ook Olaf kon profiteren van het fanatieke storen; als een echte scherpschutter schoot hij een afgeslagen bal met dodelijke precisie vanaf zo’n twintig meter in het uiterste verre hoekje. Niet veel later werd Jeff op het middenveld getorpedeerd door een late tackle, maar niet voordat hij de opgekomen toekomstige burgemeester van Bussum, schrijver van de op handen zijnde beststeller “Leven in Amsterdam, wonen in het Gooi: de trein is mijn beste vriend”, Spoque Diddy dus, bediende met een fijn puntertje. Het stekertje werd op waarde geschat door de doorgaans niet al te koele afmaker, de dit keer geëtaleerde rust belooft echter veel voor het restant van dit seizoen en betekende in dit specifieke geval de definitieve doodsteek: 0-2.
Het einde van de wedstrijd werd onverwachts nog even het podium van de AMVJ-verdediging: Winsten haalde met een omhaal zowel de bal als het gezicht van de ingevallen RAP-spits van de doellijn weg, zich daarmee revancherend voor de nimmer vergeten narigheidjes van deze nummer negen twee jaar geleden. De wraak werd nog veel zoeter toen de scheids besloot Stevie Wonder te imiteren en RAP een penalty te geven voor onzichtbaar duwen dan wel vasthouden; de meest onterecht gegeven penalty ooit (ooit!) werd vervolgens op fantastische wijze door onze keeper Michel gestopt, wat Winsten de gelegenheid bood de terugstuiterende bal daarna nog met een originele Bon Bon Bloc(k)tackle via de instormende spits over de lat te sliden. Gerechtigheid.
Een knappe overwinning die na afloop uiteraard weer voor de nodige praatjes en nabesprekingen zorgde. Zo kan het gebeuren dat je tijdens de wedstrijd even het veld af wil lopen voor een blessurebehandeling, maar dat moet je dan wel even netjes bij de scheids melden natuurlijk. Voor Frank gelden dat soort regeltjes echter niet, zijn onderbouwing van dat standpunt was even simpel als prachtig verwoord: “Ja maar gozertje, ik had toch pijn”. Genieten (en een gele kaart). Daarnaast mag Ollie nooit meer iets zeggen over mensen die “altijd maar weer” hun spullen in de kleedkamer laten liggen na de wedstrijd; zijn jackie met nummer 13 hing als enige nog aan de muur toen ik de kleedkamerdeur achter me wilde dichttrekken. Dat ik vervolgens de titel “Dick of the Day” kreeg toegespeeld omdat ik zonder ook maar een vinger uit te steken die belachelijke penalty veroorzaakt zou hebben, nam ik dan maar even voor lief. Als dat het ergste is wat er op zaterdagmiddag gebeurt, dan ga je namelijk gewoon heel erg lekker met z’n allen. Sowieso lekkerder dan jij, dat weet ik zeker.
Ruim twee jaar geleden speelden we voor het laatst tegen onze buren, in een wedstrijd die vooral memorabel was vanwege het opstootje dat leidde tot vier wedstrijden schorsing voor onze coach. Niet omdat hij in dat opstootje een kopstootje uitdeelde, maar omdat hij weer eens heftig gebarend het veld in moest lopen en, scherp van tong als altijd, zowel de scheidsrechter als enkele RAP-spelers op hun nummer moest zetten. Sindsdien is er eigenlijk weinig veranderd. We hebben alleen ‘de Joker’ in moeten voeren: één wedstrijd per jaar mag Senior het veld in stormen, de overige 21 wedstrijden verwachten wij dat hij netjes buiten de lijnen blijft.
Inmiddels zijn we, inclusief deze uitwedstrijd tegen RAP, drie wedstrijden ver in het seizoen en ‘de Joker’ zit nog steeds stevig in de borstzak. Waarvoor hulde. De hernieuwde kennismaking met RAP sinds ‘het incident’ zorgde vooraf nog wel voor wat spanning, maar in de wedstrijd was daar weinig van te merken. De eerste tien minuten zorgden voor minder actie en vrolijke gezichten dan een film met Jennifer Aniston: op zich zag het er allemaal wel goed uit, maar er gebeurde gewoon niks. Marlon presteerde het wel om de snelste wissel van het seizoen op het wedstrijdformulier te krijgen; na nauwelijks vijf minuten moest de man met een gehavende hamstring weer op de bank plaatsnemen. Het kan ook zijn dat de druk van het aanvoerderschap ‘m toch weer te groot werd: stel je voor dat er toch weer een penalty gegeven zou worden, en dat-ie ‘m dan weer zou missen? Nee, dan kun je maar beter gewoon aan de kant gaan zitten. Het zekere voor het onzekere. Zo mocht Winsten, de man die het anno 2010 presteert nog steeds zonder internet te leven en daarbij na vijf seizoenen bij AMVJ nog steeds geen spelerspas heeft geregeld, dan toch plaatsnemen in het centrum van de defensie. Dat centrum zat daarna redelijk goed op slot, wat overigens ook gold voor de verdediging aan de andere kant van het veld. Weinig kansen over en weer, een spaarzame actie hier en daar, maar geen echt goed uitgespeelde aanvallen. De grensrechter had daarnaast waarschijnlijk een passe-partout aangeschaft voor Ajax’ Champions League-wedstrijden, want hij zwaaide een paar keer zo fanatiek met z’n vlaggetje dat ik ‘m zo op de tribunes in de Arena zag zitten, lekker meeneuriënd met Andre Rieu.
Aan het begin van de tweede helft had RAP wat moeite onze positiewisselingen op te vangen en net als de FBI in hun jacht naar Osama bin Laden liepen onze buurtjes achter de feiten aan en wisten ze even niet meer waar ze het zoeken moesten. De voor Ben ingevallen Erwin terroriseerde de RAP-verdediging met z’n gebeuk en geram, wat ‘m later in de wedstrijd nog een (eervolle) vermelding voor ‘de Elleboog van de Week’ opleverde. Ook Olaf kon profiteren van het fanatieke storen; als een echte scherpschutter schoot hij een afgeslagen bal met dodelijke precisie vanaf zo’n twintig meter in het uiterste verre hoekje. Niet veel later werd Jeff op het middenveld getorpedeerd door een late tackle, maar niet voordat hij de opgekomen toekomstige burgemeester van Bussum, schrijver van de op handen zijnde beststeller “Leven in Amsterdam, wonen in het Gooi: de trein is mijn beste vriend”, Spoque Diddy dus, bediende met een fijn puntertje. Het stekertje werd op waarde geschat door de doorgaans niet al te koele afmaker, de dit keer geëtaleerde rust belooft echter veel voor het restant van dit seizoen en betekende in dit specifieke geval de definitieve doodsteek: 0-2.
Het einde van de wedstrijd werd onverwachts nog even het podium van de AMVJ-verdediging: Winsten haalde met een omhaal zowel de bal als het gezicht van de ingevallen RAP-spits van de doellijn weg, zich daarmee revancherend voor de nimmer vergeten narigheidjes van deze nummer negen twee jaar geleden. De wraak werd nog veel zoeter toen de scheids besloot Stevie Wonder te imiteren en RAP een penalty te geven voor onzichtbaar duwen dan wel vasthouden; de meest onterecht gegeven penalty ooit (ooit!) werd vervolgens op fantastische wijze door onze keeper Michel gestopt, wat Winsten de gelegenheid bood de terugstuiterende bal daarna nog met een originele Bon Bon Bloc(k)tackle via de instormende spits over de lat te sliden. Gerechtigheid.
Een knappe overwinning die na afloop uiteraard weer voor de nodige praatjes en nabesprekingen zorgde. Zo kan het gebeuren dat je tijdens de wedstrijd even het veld af wil lopen voor een blessurebehandeling, maar dat moet je dan wel even netjes bij de scheids melden natuurlijk. Voor Frank gelden dat soort regeltjes echter niet, zijn onderbouwing van dat standpunt was even simpel als prachtig verwoord: “Ja maar gozertje, ik had toch pijn”. Genieten (en een gele kaart). Daarnaast mag Ollie nooit meer iets zeggen over mensen die “altijd maar weer” hun spullen in de kleedkamer laten liggen na de wedstrijd; zijn jackie met nummer 13 hing als enige nog aan de muur toen ik de kleedkamerdeur achter me wilde dichttrekken. Dat ik vervolgens de titel “Dick of the Day” kreeg toegespeeld omdat ik zonder ook maar een vinger uit te steken die belachelijke penalty veroorzaakt zou hebben, nam ik dan maar even voor lief. Als dat het ergste is wat er op zaterdagmiddag gebeurt, dan ga je namelijk gewoon heel erg lekker met z’n allen. Sowieso lekkerder dan jij, dat weet ik zeker.
maandag 13 september 2010
Oh zo Duits
AMVJ 4 – Argon 3 (2-2), zaterdag 11 september 2010
Na een meer dan enerverend weekje Berlijn begin augustus was het dan eindelijk weer eens tijd om in teamverband in het weekend te knallen, en dan doel ik dus niet op die gelijknamige gruwelijke club op Alexanderplatz waar we zomers tot zeven uur ’s ochtends de bar overeind stonden te houden met z’n allen. Supergeilklasse, zouden ze in Duitsland zeggen.
De club heette afgelopen zaterdag namelijk gewoon weer AMVJ en de tegenstander Argon in plaats van FC Kater, maar ook hier stond iedereen gewoon weer in de rij, trappelend van ongeduld, klaar om los te gaan op zo’n 7500 vierkante meter. De gin-tonics en wodka-cranberry’s werden weer ingeruild voor AA’tjes en Aquarius, de party pants maakten plaats voor hagelwitte broekjes en de bordeelsluipertjes moesten hun plaats afstaan aan kangoeroelederen voetbalschoenen.
Eigenlijk had iedereen z’n feestkledij vorige week al omgeruild voor een wat sportievere variant, ware het niet dat het tweede van Arsenal tijdens de vrijdagmiddagborrel met het zweet tussen de billen afbelde omdat ze te weinig man hadden. Zo werd onze rentree dus een weekje uitgesteld, al kregen we de drie puntjes op papier toch toebedeeld (7-0), waarbij overigens aangetekend mag worden dat er nog zonder een wedstrijd te spelen toch alweer zeven golazo’s naast Jan-Matthijs’ naam prijken, met zeven assists van ex-aanvoerder Ollieayoun.
Ex-aanvoerder ja, aangezien we in Berlijn in een vlaag van verstandsverbijstering onze ‘super’ pinda Marlon tot leider van ons al op zeer jonge leeftijd volgevreten vedettenteampje gekroond hebben. Of dat een goede beslissing is geweest, zouden we eigenlijk even aan de man zelf moeten vragen. Zo’n band brengt toch een bepaalde druk met zich mee, en niet iedereen kan die druk even goed aan.
Wat dat betreft leek het alsof iedereen tijdens de eerste vijf minuten een aanvoerdersband om had, met twee keer balverlies op eigen helft binnen anderhalve minuut en een geëtaleerd onvermogen de bal meer dan drie keer naar een teamgenoot over te kunnen spelen. Een vrije trap Duitser dan een kilometers lang Berlin Beer Festival op de Karl Marx Allee zorgde voor de ommekeer; terwijl het cement in de muur nog niet eens droog was schoot Marlon de bal achteloos naast de bij de paal geparkeerde keeper.
Wonder boven wonder werd er niet eens geprotesteerd door de ‘vedettes’ van Argon, die met z’n allen zoveel te lullen hadden dat je je afvroeg of je nou tegen een debatclubje of een voetbalteam aan het ballen was. Sowieso is het altijd wonderlijk om te zien dat een elftal elke door hen begane overtreding afdoet als ‘niets aan de hand’ maar moord en brand schreeuwt bij elke (vermeende) op hen begane overtreding. Zelfkennis is het hoogste goed, heb ik ooit eens iemand horen zeggen.
Helaas stond het bij de rust toch 1-1. Reintje ging jammer genoeg weer eens door z’n Van Basten-enkeltje en Ollie waande zich als centrumverdediger even op een onbewoond eiland en verzuimde zo de bal buiten te rammen. Balverlies en een even snel als keurig uitgevoerde tegenaanval zorgde voor de gelijkmaker.
Na de rust leek het beste er wel vanaf bij de mannen uit Mijdrecht, maar ook AMVJ kon voorin niet echt potten breken. Een dood spelmoment zorgde voor een nieuwe voorsprong: een afgeslagen corner van Olaf werd door diezelfde Olaf met veel overtuiging op z’n nieuwe zwart-gele rechterpantoffeltje genomen en één van Argons overijverige verdedigers zorgde ervoor dat de bal uiteindelijk het net vond. Op min of meer soortgelijke wijze werd er echter binnen no-time wederom gelijkgemaakt: een weggebokste corner verdween vanaf rand zestien in het uiterste hoekje: 2-2.
Een oliedomme overtreding van Argonzijde aan het eind van de wedstrijd had de ultieme beloning kunnen zijn, ware het niet dat Marlon de druk dus eventjes niet meer aankon en van mogelijke Man of the Match uiteindelijk als Dick of the Day de boeken inging door de penalty povertjes in te schieten. Het rollertje verdween tergend langzaam naast het doel, de niet al te mobiel ogende goalie hoefde niet eens een stap te zetten. Pijnlijk. Een late onvervalst Duitse 3-2 overwinning werd het dus helaas niet. Scheisse, zouden ze in Duitsland zeggen.
Na een meer dan enerverend weekje Berlijn begin augustus was het dan eindelijk weer eens tijd om in teamverband in het weekend te knallen, en dan doel ik dus niet op die gelijknamige gruwelijke club op Alexanderplatz waar we zomers tot zeven uur ’s ochtends de bar overeind stonden te houden met z’n allen. Supergeilklasse, zouden ze in Duitsland zeggen.
De club heette afgelopen zaterdag namelijk gewoon weer AMVJ en de tegenstander Argon in plaats van FC Kater, maar ook hier stond iedereen gewoon weer in de rij, trappelend van ongeduld, klaar om los te gaan op zo’n 7500 vierkante meter. De gin-tonics en wodka-cranberry’s werden weer ingeruild voor AA’tjes en Aquarius, de party pants maakten plaats voor hagelwitte broekjes en de bordeelsluipertjes moesten hun plaats afstaan aan kangoeroelederen voetbalschoenen.
Eigenlijk had iedereen z’n feestkledij vorige week al omgeruild voor een wat sportievere variant, ware het niet dat het tweede van Arsenal tijdens de vrijdagmiddagborrel met het zweet tussen de billen afbelde omdat ze te weinig man hadden. Zo werd onze rentree dus een weekje uitgesteld, al kregen we de drie puntjes op papier toch toebedeeld (7-0), waarbij overigens aangetekend mag worden dat er nog zonder een wedstrijd te spelen toch alweer zeven golazo’s naast Jan-Matthijs’ naam prijken, met zeven assists van ex-aanvoerder Ollieayoun.
Ex-aanvoerder ja, aangezien we in Berlijn in een vlaag van verstandsverbijstering onze ‘super’ pinda Marlon tot leider van ons al op zeer jonge leeftijd volgevreten vedettenteampje gekroond hebben. Of dat een goede beslissing is geweest, zouden we eigenlijk even aan de man zelf moeten vragen. Zo’n band brengt toch een bepaalde druk met zich mee, en niet iedereen kan die druk even goed aan.
Wat dat betreft leek het alsof iedereen tijdens de eerste vijf minuten een aanvoerdersband om had, met twee keer balverlies op eigen helft binnen anderhalve minuut en een geëtaleerd onvermogen de bal meer dan drie keer naar een teamgenoot over te kunnen spelen. Een vrije trap Duitser dan een kilometers lang Berlin Beer Festival op de Karl Marx Allee zorgde voor de ommekeer; terwijl het cement in de muur nog niet eens droog was schoot Marlon de bal achteloos naast de bij de paal geparkeerde keeper.
Wonder boven wonder werd er niet eens geprotesteerd door de ‘vedettes’ van Argon, die met z’n allen zoveel te lullen hadden dat je je afvroeg of je nou tegen een debatclubje of een voetbalteam aan het ballen was. Sowieso is het altijd wonderlijk om te zien dat een elftal elke door hen begane overtreding afdoet als ‘niets aan de hand’ maar moord en brand schreeuwt bij elke (vermeende) op hen begane overtreding. Zelfkennis is het hoogste goed, heb ik ooit eens iemand horen zeggen.
Helaas stond het bij de rust toch 1-1. Reintje ging jammer genoeg weer eens door z’n Van Basten-enkeltje en Ollie waande zich als centrumverdediger even op een onbewoond eiland en verzuimde zo de bal buiten te rammen. Balverlies en een even snel als keurig uitgevoerde tegenaanval zorgde voor de gelijkmaker.
Na de rust leek het beste er wel vanaf bij de mannen uit Mijdrecht, maar ook AMVJ kon voorin niet echt potten breken. Een dood spelmoment zorgde voor een nieuwe voorsprong: een afgeslagen corner van Olaf werd door diezelfde Olaf met veel overtuiging op z’n nieuwe zwart-gele rechterpantoffeltje genomen en één van Argons overijverige verdedigers zorgde ervoor dat de bal uiteindelijk het net vond. Op min of meer soortgelijke wijze werd er echter binnen no-time wederom gelijkgemaakt: een weggebokste corner verdween vanaf rand zestien in het uiterste hoekje: 2-2.
Een oliedomme overtreding van Argonzijde aan het eind van de wedstrijd had de ultieme beloning kunnen zijn, ware het niet dat Marlon de druk dus eventjes niet meer aankon en van mogelijke Man of the Match uiteindelijk als Dick of the Day de boeken inging door de penalty povertjes in te schieten. Het rollertje verdween tergend langzaam naast het doel, de niet al te mobiel ogende goalie hoefde niet eens een stap te zetten. Pijnlijk. Een late onvervalst Duitse 3-2 overwinning werd het dus helaas niet. Scheisse, zouden ze in Duitsland zeggen.
zaterdag 27 februari 2010
as·sist, de; voorzet of pass die tot een doelpunt leidt
Met nul punten uit twee wedstrijden kun je onmogelijk ontkennen dat we na de winterstop slecht zijn begonnen. Daarom zal ik zeker niet de al-Sahaf gaan uithangen in dit stukje – maar, en dat moet toch echt gezegd worden (maar écht, alsof je aan coprolalie lijdt – maar dan gewoon in beschaafde bewoordingen): die wedstrijden waren wel tegen de twee duidelijkste kampioenskandidaten. De derde pot na de winterstop was een uitgelezen mogelijkheid om het gevleugelde gezegde ‘driemaal is scheepsrecht’ weer eens het wedstrijdverslag in te schrijven (bij dezen). WV-HEDW was de tegenstander, of moet ik zeggen redelijk gewillig slachtoffer (zoals die chicks die eerst ‘nee’ zeggen maar na matig aandringen toch met je mee naar huis gaan – je kent ze wel). De blauwhemdjes uit Oost kwamen met tien man aankakken en kwamen naast een elfde man ook nog een grensrechter tekort, dus echt verbaasd konden ze niet zijn dat ze bij rust tegen een ‘jantje’ (3-0 achterstand) aankeken. Het gezeik was er desondanks niet minder om. De tering. Hoe kun je bitchen over buitenspel als je gaat stappen terwijl je geen grens langs de lijn hebt lopen? Dan vraag je toch om problemen? Dat is net als Winnie die in Bédier drie rondjes geeft, zelf nog twee Jägerbombers en een mortiertje at en dan vervolgens verbaasd is dat-ie een rekening van meer dan 40 euro heeft. Wat denk je zelf? Je gaat toch ook geen portie bitterballen halen bij de oefenfebo in de van Wou en dan klagen over buikpijn? “Kansloos ten onder” (© Rolf).
Over de eerste helft, en dan met name wat betreft het eerste doelpunt, nog even het volgende. Als student op het gebied van Nederlandse taalkunde heb ik het niet zo op woordenboekkennis of –definities om mijn gelijk te halen. Taal is net zo veranderlijk als Kelly (want voorheen Ferry), dus dat soort naslagwerken zijn slechts tot op zekere hoogte betrouwbaar. In dit geval echter moet ik toch echt even een semantische analyse op het woord ‘assist’ loslaten, dat volgens de online editie van de Van Dale het volgende betekent: “ voorzet of pass die tot een doelpunt leidt”. Ergo: als je een voorzet geeft die je spits weigert in te tikken, maar er toch nog een amicale linksback rondloopt die de bal alsnog het doel in werkt, dan is dat dus een assist. De voorzet leidde tenslotte tot het doelpunt. Plus één voor je boy, min één voor met name Erwin van Woudenbizzle, wiens a.k.a.’s overigens inmiddels tot het plafond reiken. Naast De Afmaker (3-0) toonde hij zich vandaag ook De Aangever (2-0), al lijkt die titel dit seizoen toch echt voorbestemd voor Olaf de Opperaangever, die met z’n twee assistjes (3-0, 4-1) hopelijk verder gaat in het grossieren van positieve titulaturen. Ook Bas, die andere helft van het dodelijke duo De Blowende Haters (beter bekend als De KankerPitjes uit de Jan Evertsen), onderscheidde zich in positieve zin door een lekkere tweede helft op de mat te leggen, al was-ie als grensrechter in de eerste helft misschien nóg beter (daarover verschilden de meningen unaniem).
Bobbie pikte trouwens ook nog twee doelpuntjes mee. Waar hij zijn eigen keeper bij de enige tegentreffer met een subtiel semi-hakje op het verkeerde been zette, deed hij dat even later gelukkig ook aan de goeie kant van het veld door WV’s doelman met R2 het bos in te sturen om het karweitje vervolgens met een onvervalste L1 + vierkantje (of B voor die 360 Type 2-bitches) af te maken. Gewoon lekker.
Marradinho vijzelde z’n doelpuntentotaal vlak voor tijd nog wat op door z’n zoveelste penalty weer heel saai in het hoekje binnen te schieten. Op een gegeven moment denk je dan gewoon ‘dat kan ook met links’, of desnoods effetjes achter je standbeen en anders gewoon met de hand voor de ogen. Beetje jammer. Shout-out naar Reintje trouwens die een goede invalbeurt bekroonde met het uitlokken van de penalty, en dat zonder lolly’s of regenjas. Ga d’r maar aanstaan.
Na de 6-3 nederlaag van vorige week was de 5-1 ook een goeie impuls voor ons doelsaldo, dat nu met +11 op de gastenlijst staat. Volgende week hoeven we niet uit though, we ballen gewoon weer lekker thuis en iedereen mag komen kijken – net als een home-video porno’tje. Tot zaterdag dus?
Over de eerste helft, en dan met name wat betreft het eerste doelpunt, nog even het volgende. Als student op het gebied van Nederlandse taalkunde heb ik het niet zo op woordenboekkennis of –definities om mijn gelijk te halen. Taal is net zo veranderlijk als Kelly (want voorheen Ferry), dus dat soort naslagwerken zijn slechts tot op zekere hoogte betrouwbaar. In dit geval echter moet ik toch echt even een semantische analyse op het woord ‘assist’ loslaten, dat volgens de online editie van de Van Dale het volgende betekent: “ voorzet of pass die tot een doelpunt leidt”. Ergo: als je een voorzet geeft die je spits weigert in te tikken, maar er toch nog een amicale linksback rondloopt die de bal alsnog het doel in werkt, dan is dat dus een assist. De voorzet leidde tenslotte tot het doelpunt. Plus één voor je boy, min één voor met name Erwin van Woudenbizzle, wiens a.k.a.’s overigens inmiddels tot het plafond reiken. Naast De Afmaker (3-0) toonde hij zich vandaag ook De Aangever (2-0), al lijkt die titel dit seizoen toch echt voorbestemd voor Olaf de Opperaangever, die met z’n twee assistjes (3-0, 4-1) hopelijk verder gaat in het grossieren van positieve titulaturen. Ook Bas, die andere helft van het dodelijke duo De Blowende Haters (beter bekend als De KankerPitjes uit de Jan Evertsen), onderscheidde zich in positieve zin door een lekkere tweede helft op de mat te leggen, al was-ie als grensrechter in de eerste helft misschien nóg beter (daarover verschilden de meningen unaniem).
Bobbie pikte trouwens ook nog twee doelpuntjes mee. Waar hij zijn eigen keeper bij de enige tegentreffer met een subtiel semi-hakje op het verkeerde been zette, deed hij dat even later gelukkig ook aan de goeie kant van het veld door WV’s doelman met R2 het bos in te sturen om het karweitje vervolgens met een onvervalste L1 + vierkantje (of B voor die 360 Type 2-bitches) af te maken. Gewoon lekker.
Marradinho vijzelde z’n doelpuntentotaal vlak voor tijd nog wat op door z’n zoveelste penalty weer heel saai in het hoekje binnen te schieten. Op een gegeven moment denk je dan gewoon ‘dat kan ook met links’, of desnoods effetjes achter je standbeen en anders gewoon met de hand voor de ogen. Beetje jammer. Shout-out naar Reintje trouwens die een goede invalbeurt bekroonde met het uitlokken van de penalty, en dat zonder lolly’s of regenjas. Ga d’r maar aanstaan.
Na de 6-3 nederlaag van vorige week was de 5-1 ook een goeie impuls voor ons doelsaldo, dat nu met +11 op de gastenlijst staat. Volgende week hoeven we niet uit though, we ballen gewoon weer lekker thuis en iedereen mag komen kijken – net als een home-video porno’tje. Tot zaterdag dus?
zaterdag 20 februari 2010
Pak krijgen
Ouderkerk 2 - AMVJ 4 (6-3) - za 20 februari 2010
Nadat de competitie twee weken geleden officieel weer was begonnen met een (verloren) wedstrijd tegen DVVA (2-0), waren we vorige week gewoon weer vrij. Zo bouw je meteen een lekker ritme op natuurlijk. Genieten. Not. Ook dit weekend leek het er weer verdacht veel op dat er niet gevoetbald zou worden. Heel verdacht. Ze hadden bij wijze van spreken al bivakmutsen op, die wedstrijdjes. Verscheidene districten waren er vrijdag al uitgegooid door de KNVB – maar West I kreeg geen kruisje op teletekstpagina 603. En ook zaterdagochtend niet. Dus waren er weer meerdere mensen (on)aangenaam verrast toen bleek dat we gewoon tegen Ouderkerk konden aantreden. Voortaan gewoon mij bellen Erwin, mijn weertechnisch inschattingsvermogen is deze jaargang vooralsnog impeccable. Ik denk serieus na over een studie meteorologie. Daarover later meer. Of niet. Maar goed. Er kon gewoon lekker gebald worden want sinds dit seizoen ligt er op het complex aan de Wethouder Koolhaasweg namelijk een kunstgrasveld, spiksplinternieuw en zo groen als een biljartlaken – maar dan zonder gaten in de hoeken van het veld.
Desondanks waren er genoeg gaten te bespeuren tijdens de wedstrijd, en dan met name in de verdediging van AMVJ (no homo). We waren koud tien minuten onderweg of het stond al 2-0 voor de thuisploeg. Geweldig begin, genieten. Een lekkere vrije trap in de rechterwinkelhaak van de voet van gelegenheidsaanvoerder Jan-Matthijs bracht de spanning wat terug, maar voor rust werd het door opnieuw fan-tas-tisch uitverdedigend werk van onze zijde alsnog 3-1. Kijk, als je die eerste tien minuten niet meetelt dan sta je bij rust natuurlijk eigenlijk gewoon 1-1. Hell, op die manier hebben we zelfs gewoon een 0-1 voorsprong weggegeven vlak voor rust. Sterker nog, als je de hele competitie zo bekijkt, dan draaien we eigenlijk gewoon keihard mee om het kampioenschap. Goeie dingen.
De tweede helft dan. Bij Ouderkerk kwam de Afrikaanse versie van Dennis Rommedahl binnen de lijnen; supersnel en nul (met de nadruk op NUL) overzicht. De man leek zo nu en dan voor gevaar te zorgen maar liep dan, geheel op z’n Dennis’, de bal gewoon lekker over de achterlijn. Gouden pik (no homo). De spits van Ouderkerk, een wat getintere kopie van Peter Crouch maar dan met gematigd Carlos Valderrama kapsel, bleef daarentegen ook de tweede vijfenveertig minuten onverminderd gevaarlijk. Nadat Jeff uit de rebound van een schot van Jan-Matthijs de 3-2 op het bord had binnengetikt, kwam de lange bonestaak één op één te staan met keepert (stam plus t) Tomme en na een perfecte imitatie van Suárez (ja, ik haat, sue me!) werd het via een penalty weer 4-2.
AMVJ bleef gewoon lekker ballen (no homo) en na een kleine tien minuten vond Jan-Matthijs met een listig steekballetje kersverse aanwinst Erwin van Woudenberg, a.k.a. Errie van Woudenbeezy – onthoud die naam – en de man deed z’n naam (die andere, Erradinho a.k.a. De Afmaker) gewoon lekker eer aan en prikte de 4-3 op het bord, routineus alsof-ie dagelijks de Spits uithangt, eh uitdeelt, op het perron van Amsterdam Zuid. Gewoon lekker.
Na de 4-3 was het wat mij betreft eigenlijk wel klaar met de tegengoals, maar goed met 21 andere gasten op het veld en een eigenwijze scheids met de wedstrijdvisie ‘ik zie het altijd beter dan de grens dus als er gevlagd wordt dan fluit ik niet en weet je wat, als er wel gevlagd wordt dan fluit ik lekker gewoon óók niet’ liep het helaas net even anders, een beetje zoals Lucille Werner dus.
Dus na een niet al te formidabele voorzet richting ons doel dacht Jeff ‘laat ik ook nog effe een assistje meepakken en de spits gewoon z’n vierde doelpunt van de middag schenken’ – en zo stond het tien minuten voor tijd weer 5-3. De 6-3 was er vervolgens een in het rijtje ‘formaliteiten’, de helft van het team stond met z’n gedachten alweer helicopterend onder de douche als je ’t mij vraagt. Is ook belangrijk natuurlijk, maar goed dat doelsaldo keldert nu natuurlijk weer lekker richting het ondergrondse.
Anywho, we moeten gewoon weer effe gaan trainen, dus AMVJ: ik bestel bij dezen één normaal kunstgrasveld. Kost vijf ton, maar hey – dan heb je ook wat. Niet miepen, lekker wiepen. Ik wil ook nog even een shout-out geven aan Bas en Olaf, a.k.a. De KankerPitjes (onthoud die naam), ze deden hun naam (die andere, De Blowende Haters) weer onverminderd eer aan en ik hoop zo dat we het ooit nog tot de Veteranen schoppen en dat jullie dan nog steeds de scheids onder de zoden schelden. En dan na de wedstrijd gewoon weer liggen op die bank, blowen. En haten. LOBI!
Nadat de competitie twee weken geleden officieel weer was begonnen met een (verloren) wedstrijd tegen DVVA (2-0), waren we vorige week gewoon weer vrij. Zo bouw je meteen een lekker ritme op natuurlijk. Genieten. Not. Ook dit weekend leek het er weer verdacht veel op dat er niet gevoetbald zou worden. Heel verdacht. Ze hadden bij wijze van spreken al bivakmutsen op, die wedstrijdjes. Verscheidene districten waren er vrijdag al uitgegooid door de KNVB – maar West I kreeg geen kruisje op teletekstpagina 603. En ook zaterdagochtend niet. Dus waren er weer meerdere mensen (on)aangenaam verrast toen bleek dat we gewoon tegen Ouderkerk konden aantreden. Voortaan gewoon mij bellen Erwin, mijn weertechnisch inschattingsvermogen is deze jaargang vooralsnog impeccable. Ik denk serieus na over een studie meteorologie. Daarover later meer. Of niet. Maar goed. Er kon gewoon lekker gebald worden want sinds dit seizoen ligt er op het complex aan de Wethouder Koolhaasweg namelijk een kunstgrasveld, spiksplinternieuw en zo groen als een biljartlaken – maar dan zonder gaten in de hoeken van het veld.
Desondanks waren er genoeg gaten te bespeuren tijdens de wedstrijd, en dan met name in de verdediging van AMVJ (no homo). We waren koud tien minuten onderweg of het stond al 2-0 voor de thuisploeg. Geweldig begin, genieten. Een lekkere vrije trap in de rechterwinkelhaak van de voet van gelegenheidsaanvoerder Jan-Matthijs bracht de spanning wat terug, maar voor rust werd het door opnieuw fan-tas-tisch uitverdedigend werk van onze zijde alsnog 3-1. Kijk, als je die eerste tien minuten niet meetelt dan sta je bij rust natuurlijk eigenlijk gewoon 1-1. Hell, op die manier hebben we zelfs gewoon een 0-1 voorsprong weggegeven vlak voor rust. Sterker nog, als je de hele competitie zo bekijkt, dan draaien we eigenlijk gewoon keihard mee om het kampioenschap. Goeie dingen.
De tweede helft dan. Bij Ouderkerk kwam de Afrikaanse versie van Dennis Rommedahl binnen de lijnen; supersnel en nul (met de nadruk op NUL) overzicht. De man leek zo nu en dan voor gevaar te zorgen maar liep dan, geheel op z’n Dennis’, de bal gewoon lekker over de achterlijn. Gouden pik (no homo). De spits van Ouderkerk, een wat getintere kopie van Peter Crouch maar dan met gematigd Carlos Valderrama kapsel, bleef daarentegen ook de tweede vijfenveertig minuten onverminderd gevaarlijk. Nadat Jeff uit de rebound van een schot van Jan-Matthijs de 3-2 op het bord had binnengetikt, kwam de lange bonestaak één op één te staan met keepert (stam plus t) Tomme en na een perfecte imitatie van Suárez (ja, ik haat, sue me!) werd het via een penalty weer 4-2.
AMVJ bleef gewoon lekker ballen (no homo) en na een kleine tien minuten vond Jan-Matthijs met een listig steekballetje kersverse aanwinst Erwin van Woudenberg, a.k.a. Errie van Woudenbeezy – onthoud die naam – en de man deed z’n naam (die andere, Erradinho a.k.a. De Afmaker) gewoon lekker eer aan en prikte de 4-3 op het bord, routineus alsof-ie dagelijks de Spits uithangt, eh uitdeelt, op het perron van Amsterdam Zuid. Gewoon lekker.
Na de 4-3 was het wat mij betreft eigenlijk wel klaar met de tegengoals, maar goed met 21 andere gasten op het veld en een eigenwijze scheids met de wedstrijdvisie ‘ik zie het altijd beter dan de grens dus als er gevlagd wordt dan fluit ik niet en weet je wat, als er wel gevlagd wordt dan fluit ik lekker gewoon óók niet’ liep het helaas net even anders, een beetje zoals Lucille Werner dus.
Dus na een niet al te formidabele voorzet richting ons doel dacht Jeff ‘laat ik ook nog effe een assistje meepakken en de spits gewoon z’n vierde doelpunt van de middag schenken’ – en zo stond het tien minuten voor tijd weer 5-3. De 6-3 was er vervolgens een in het rijtje ‘formaliteiten’, de helft van het team stond met z’n gedachten alweer helicopterend onder de douche als je ’t mij vraagt. Is ook belangrijk natuurlijk, maar goed dat doelsaldo keldert nu natuurlijk weer lekker richting het ondergrondse.
Anywho, we moeten gewoon weer effe gaan trainen, dus AMVJ: ik bestel bij dezen één normaal kunstgrasveld. Kost vijf ton, maar hey – dan heb je ook wat. Niet miepen, lekker wiepen. Ik wil ook nog even een shout-out geven aan Bas en Olaf, a.k.a. De KankerPitjes (onthoud die naam), ze deden hun naam (die andere, De Blowende Haters) weer onverminderd eer aan en ik hoop zo dat we het ooit nog tot de Veteranen schoppen en dat jullie dan nog steeds de scheids onder de zoden schelden. En dan na de wedstrijd gewoon weer liggen op die bank, blowen. En haten. LOBI!
vrijdag 12 februari 2010
Bacchanaaltje
Na een ongekende periode van winterse neerslag stonden de voetballers van AMVJ alweer zo’n twee maanden droog. Althans, wat voetballen betreft. De kannetjes gerstenat vloeiden sinds half december natuurlijk rijkelijk, en in straf tempo. Ook op de vrijdagavond voor de wedstrijd tegen DVVA. Want ja, met al die afgelastingen week in week uit zou het ook nu wel weer niet doorgaan. De homie Diggidy S to the P, oftewel Spoque, (of, zoals de boy zichzelf zou voorstellen bij een sollicitatiegesprek: David Winter) kreeg een afscheidsfeestje in ons dranklokaal, Bédier. Ongelofelijk dat een speler die AMVJ 4 in de steek laat voor een half jaartje semi-studie entrepreneurship (serieus, wat ze al niet verzinnen tegenwoordig..) daar ook nog voor wordt beloond met een feestje. Ik denk er het mijne van, maar goed. Dan kun je nog beter heel stilletjes naar Colombia vertrekken totdat mensen zich opeens afvragen: huh, is onze aanvoerder ‘m nou al gesmeerd? Nadat iedereen in Bédier al zo ongeveer aan z’n taks zat moest uiteraard ook de Sugar Factory nog met een bezoekje vereerd worden. Een enkeling besloot Bédiers bar nog omhoog te houden, om vervolgens met de taxi (de taxi..) naar huis te gaan.
De volgende ochtend waren er in kleedkamer 5 op sportpark Drieburg meer kegels te vinden dan op een gemiddeld avondje bowlen bij Knijn op het Scheldeplein. Het aroma kwam je tegemoet, zeg maar. Ergens had ik gewoon medelijden met onze coach. ’s Ochtends de trap aflopen en je centrale verdediger uitgeteld op de bank vinden. Op die bank een vochtkring dat je denkt ‘hij zal toch niet…’ (nee, het bleek uiteindelijk rode wijn te zijn). Je zoon met zonnebril en pet op voor de pit om acht uur ‘s ochtends. In Oost aankomen en concluderen dat de rest van het team er niet veel beter aan toe is. En dan moest er nog gevoetbald worden. Tja.
Ondanks alle festiviteiten was iedereen wel gewoon aanwezig, waarvoor hulde. Vijftien man eindelijk weer in vol ornaat op het niet eens zo heel slecht bespeelbare gras, na zo’n twee maanden niet gebald te kunnen hebben. Gewoon lekker.
De wedstrijd zelf was weinig spectaculair. Een beetje tegenvallend misschien wel. Een beetje zoals The Hangover (toepasselijk, niet?). Af en toe wat hard, maar wel fair – met dank aan de scheids. Een misverstand achterin, niet het eerste dit seizoen, betekende een zure 1-0 achterstand bij rust. Voor de volgende keer stel ik voor dat Alwin de bal gewoon wegramt, zoals Oleguer laatst bijna Stekelenburgs hoofd eraf maaide. Heb je in ieder geval geen goal tegen.
Vlak voor tijd nog de 2-0 tegen, in een helft waarin we wel wat meer ruimte kregen maar nog steeds nauwelijks gevaarlijk werden. Ik zeg het niet vaak, laat staan graag, maar het was een terechte nederlaag. Minder balbezit, minder kansen gecreëerd. Wel minder overtredingen gemaakt. Check de stats, ouwe.
De volgende ochtend waren er in kleedkamer 5 op sportpark Drieburg meer kegels te vinden dan op een gemiddeld avondje bowlen bij Knijn op het Scheldeplein. Het aroma kwam je tegemoet, zeg maar. Ergens had ik gewoon medelijden met onze coach. ’s Ochtends de trap aflopen en je centrale verdediger uitgeteld op de bank vinden. Op die bank een vochtkring dat je denkt ‘hij zal toch niet…’ (nee, het bleek uiteindelijk rode wijn te zijn). Je zoon met zonnebril en pet op voor de pit om acht uur ‘s ochtends. In Oost aankomen en concluderen dat de rest van het team er niet veel beter aan toe is. En dan moest er nog gevoetbald worden. Tja.
Ondanks alle festiviteiten was iedereen wel gewoon aanwezig, waarvoor hulde. Vijftien man eindelijk weer in vol ornaat op het niet eens zo heel slecht bespeelbare gras, na zo’n twee maanden niet gebald te kunnen hebben. Gewoon lekker.
De wedstrijd zelf was weinig spectaculair. Een beetje tegenvallend misschien wel. Een beetje zoals The Hangover (toepasselijk, niet?). Af en toe wat hard, maar wel fair – met dank aan de scheids. Een misverstand achterin, niet het eerste dit seizoen, betekende een zure 1-0 achterstand bij rust. Voor de volgende keer stel ik voor dat Alwin de bal gewoon wegramt, zoals Oleguer laatst bijna Stekelenburgs hoofd eraf maaide. Heb je in ieder geval geen goal tegen.
Vlak voor tijd nog de 2-0 tegen, in een helft waarin we wel wat meer ruimte kregen maar nog steeds nauwelijks gevaarlijk werden. Ik zeg het niet vaak, laat staan graag, maar het was een terechte nederlaag. Minder balbezit, minder kansen gecreëerd. Wel minder overtredingen gemaakt. Check de stats, ouwe.
woensdag 10 februari 2010
Un petit jean
“Jantje!”. De Rotterdamse rapper U-Niq zit rustig op de bank, controller losjes in de hand, en laat zijn hoongelach triomfantelijk neerdalen over zijn stadgenoot Royston Drenthe, die alleen maar zuur voor zich uit kan kijken. Het is een scène uit de documentaire ‘Team Rotterdam’, te zien op het YouTube-kanaal van Top Notch (het platenlabel van U-Niq), waarin pijnlijk duidelijk wordt dat keihard verliezen met een spelletje voetbal op de computer misschien nog wel moeilijker te verkroppen is dan uitgefloten worden in een vol Bernabeú. Een jantje krijgen doet immers altijd pijn – ook al woon je in nog z’n grote Spaanse villa met indoorzwembad en aangrenzend privé-voetbalveldje.
Nu hoor ik het overgrote deel van de lezers denken: wat is in godsnaam een jantje? Een jantje behoort tot het vocabulaire van de fanatieke beoefenaars van het immens populaire voetbalcomputerspel Pro Evolution Soccer, door insiders kortweg ‘PES’ of ‘pro’ genoemd, dat inmiddels zoveel fans aan zich heeft gebonden dat het waarschijnlijk met gemak kan hangen met het ledenbestand van de KNVB. De echte pro’s onder de PES’ers delen waarschijnlijk geregeld een jantje uit: de tegenstander op een onoverbrugbare 3-0 achterstand zetten, waarna er niets anders op zit dan de wedstrijd te staken en een nieuw potje te beginnen. Pijnlijk. Zonder meer.
Jantjes leiden zonder meer tot scheldkanonnades en gesmijt met controllers, maar bovenal: slappe excuses. “Wat de fok doet die keeper? Hoezo komt-ie opeens uit?”, “Hoezo reageren m’n mannetjes niet, ouwe?”, “Ey volgens mij staan m’n knopjes verkeerd ofzo man..”. In het eerste geval heeft diegene dan gewoon stiekem toch op driehoekje of Y geramd, waardoor de keeper gewoon als een wilde z’n doel uitkwam en dus net zo snel uitgespeeld werd als de single player van Call Of Duty: Modern Warfare 2 (serieus, bijna vijftig euro vragen voor een spel en dan zo weinig levels?!). Dat mannetjes soms niet reageren kan bijna niet, of je moet een met bier overgoten en dus zwaar plakkerige controller te pakken hebben (sommige mensen zijn nou eenmaal te lui om die dingen schoon te maken, of nieuwe te kopen.. ja ik heb het tegen jou Frank). En ja, die knopjes kunnen soms verkeerd staan.. maar drie goals lang?! Come on, get a grip. Na één keer een bal voor te hebben gegeven in plaats van die bal met Mach 3000 in de kruising te hebben geslingerd, weet je het wel..
Wat ik me nou echter al tijden afvraag: waar komt de term jantje vandaan? Wie heeft dat bedacht? Een eerste logische gedachte is dat er ooit een begenadigd en begaafd PES’er met de naam Jan de digitale lakens uitdeelde op het virtuele voetbalveld. Wellicht was deze Jan wat klein van stuk dat ze het een jantje zijn gaan noemen? Of misschien was Jan nog wat jong en dekte ‘een jantje’ de lading beter? Een combinatie van beide? Ik heb geen idee, maar ik blijf m’n naam ondertussen maar gewoon eer aan doen. En nee, it wasn’t me.
De Team Rotterdam documentaire op YouTube:
(deel 1)
(deel 2)
(deel 3)
Nu hoor ik het overgrote deel van de lezers denken: wat is in godsnaam een jantje? Een jantje behoort tot het vocabulaire van de fanatieke beoefenaars van het immens populaire voetbalcomputerspel Pro Evolution Soccer, door insiders kortweg ‘PES’ of ‘pro’ genoemd, dat inmiddels zoveel fans aan zich heeft gebonden dat het waarschijnlijk met gemak kan hangen met het ledenbestand van de KNVB. De echte pro’s onder de PES’ers delen waarschijnlijk geregeld een jantje uit: de tegenstander op een onoverbrugbare 3-0 achterstand zetten, waarna er niets anders op zit dan de wedstrijd te staken en een nieuw potje te beginnen. Pijnlijk. Zonder meer.
Jantjes leiden zonder meer tot scheldkanonnades en gesmijt met controllers, maar bovenal: slappe excuses. “Wat de fok doet die keeper? Hoezo komt-ie opeens uit?”, “Hoezo reageren m’n mannetjes niet, ouwe?”, “Ey volgens mij staan m’n knopjes verkeerd ofzo man..”. In het eerste geval heeft diegene dan gewoon stiekem toch op driehoekje of Y geramd, waardoor de keeper gewoon als een wilde z’n doel uitkwam en dus net zo snel uitgespeeld werd als de single player van Call Of Duty: Modern Warfare 2 (serieus, bijna vijftig euro vragen voor een spel en dan zo weinig levels?!). Dat mannetjes soms niet reageren kan bijna niet, of je moet een met bier overgoten en dus zwaar plakkerige controller te pakken hebben (sommige mensen zijn nou eenmaal te lui om die dingen schoon te maken, of nieuwe te kopen.. ja ik heb het tegen jou Frank). En ja, die knopjes kunnen soms verkeerd staan.. maar drie goals lang?! Come on, get a grip. Na één keer een bal voor te hebben gegeven in plaats van die bal met Mach 3000 in de kruising te hebben geslingerd, weet je het wel..
Wat ik me nou echter al tijden afvraag: waar komt de term jantje vandaan? Wie heeft dat bedacht? Een eerste logische gedachte is dat er ooit een begenadigd en begaafd PES’er met de naam Jan de digitale lakens uitdeelde op het virtuele voetbalveld. Wellicht was deze Jan wat klein van stuk dat ze het een jantje zijn gaan noemen? Of misschien was Jan nog wat jong en dekte ‘een jantje’ de lading beter? Een combinatie van beide? Ik heb geen idee, maar ik blijf m’n naam ondertussen maar gewoon eer aan doen. En nee, it wasn’t me.
De Team Rotterdam documentaire op YouTube:
(deel 1)
(deel 2)
(deel 3)
Hopeloos verliefd
De tranen stonden me in de ogen. ‘Ik kan wel janken’, dacht ik, en even later was dat moment dan inderdaad gekomen. Liters vocht stroomden over m’n wagen, alsof de Amstel buiten haar oevers was getreden. Hoe was het in godsnaam allemaal begonnen? Ik keek je aan en werd spontaan opnieuw verliefd op je. Ik kon m’n ogen niet van je af houden en besloot je niet meer uit het gezicht te verliezen. Je bewoog soepel van links naar rechts, in je prachtige zwart-wit geblokte outfitje. Wauw. Dit was er echt één om een moord voor te doen. Zo dachten er blijkbaar meer over, want de mannen buitelden over elkaar heen in hun verwoede pogingen zich voor je te winnen. Slechts een enkeling wist je aandacht langer dan dertig seconden vast te houden. En toen kwam je mij tegen. Even had ik het idee dat je op me afrende, zo snel kwam je naar me toe. Ik raakte je zachtjes aan, streelde je met veel gevoel. Het voelde vertrouwd, alsof we elkaar al jaren kenden. Ik nam je mee naar een plekje waar we even wat rust hadden. Ik voelde de blikken van al die gasten in m’n rug prikken. Schaamteloos keken ze naar je prachtig rond gevormde figuur. Een enkeling schreeuwde dat-ie je nog wel zou veroveren. Ik versnelde mijn pas en dreef je weg van de menigte. Maar je was sneller dan ik. Ik kon je niet meer bijhouden. Ik moest je los laten. Dus dat deed ik. Ik liet je los, keek je na en glimlachte toen ik zag wat een geweldige curves je toch had. Toen vloog je keihard met je hoofd tegen de paal vijfentwintig meter verderop. Precies zoals ik het bedoeld had. De tranen stroomden me over de wangen. Voor een moment was ik in de zevende hemel. In een flits was ik weer bij zinnen. Ik droogde m’n ogen met m’n shirt en liep terug naar de middellijn. Godverdomme, wat hadden wij een wereldgoal gemaakt.
Abonneren op:
Posts (Atom)