woensdag 10 februari 2010

Hopeloos verliefd

De tranen stonden me in de ogen. ‘Ik kan wel janken’, dacht ik, en even later was dat moment dan inderdaad gekomen. Liters vocht stroomden over m’n wagen, alsof de Amstel buiten haar oevers was getreden. Hoe was het in godsnaam allemaal begonnen? Ik keek je aan en werd spontaan opnieuw verliefd op je. Ik kon m’n ogen niet van je af houden en besloot je niet meer uit het gezicht te verliezen. Je bewoog soepel van links naar rechts, in je prachtige zwart-wit geblokte outfitje. Wauw. Dit was er echt één om een moord voor te doen. Zo dachten er blijkbaar meer over, want de mannen buitelden over elkaar heen in hun verwoede pogingen zich voor je te winnen. Slechts een enkeling wist je aandacht langer dan dertig seconden vast te houden. En toen kwam je mij tegen. Even had ik het idee dat je op me afrende, zo snel kwam je naar me toe. Ik raakte je zachtjes aan, streelde je met veel gevoel. Het voelde vertrouwd, alsof we elkaar al jaren kenden. Ik nam je mee naar een plekje waar we even wat rust hadden. Ik voelde de blikken van al die gasten in m’n rug prikken. Schaamteloos keken ze naar je prachtig rond gevormde figuur. Een enkeling schreeuwde dat-ie je nog wel zou veroveren. Ik versnelde mijn pas en dreef je weg van de menigte. Maar je was sneller dan ik. Ik kon je niet meer bijhouden. Ik moest je los laten. Dus dat deed ik. Ik liet je los, keek je na en glimlachte toen ik zag wat een geweldige curves je toch had. Toen vloog je keihard met je hoofd tegen de paal vijfentwintig meter verderop. Precies zoals ik het bedoeld had. De tranen stroomden me over de wangen. Voor een moment was ik in de zevende hemel. In een flits was ik weer bij zinnen. Ik droogde m’n ogen met m’n shirt en liep terug naar de middellijn. Godverdomme, wat hadden wij een wereldgoal gemaakt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten